DAGERAAD
An het pedaal, zonder 'n uur van vreugd,
Om neergelegd te worden als 'n hond?
Ja kijk me an! Ik grien! Nou ben 'k alleen!
Maar jij, Judas, jij komt niet van me af! KLOOSTERBROEDER.
Ik vraag je, menschen, om bezinning, eer
Je je eigen rechters wordt Die man is....
WOLF.
Zeg jij dat, kloosterbroeder, die ons zelf.... PIOEN.
Die overal het hoogste woord gevoerd....
Nee, nee, 't is nou te laat.... Oog om oog en Tand om tand!
REUS.
En bloed om bloed! KLOOSTERBROEDER.
Wolf en Reus,
Drijf 't niet te ver!----
PIOEN.
Bemoei je 'r niet mee!
VROUW.
Wat doe jij hier! Hou jij de slippen van Den Landheer op! lste HOUTSNIJDER.
'k Heb nog een tweeden strop! 2de HOUTSNIJDER.
Wie er een vin beweegt voor dezen schoft,
Die is mijn man!
REUS.
Sleep hem er uit!
DE MENIGTE.
... .Er uit!
PIOEN.
Pak an, den eereburger van het dorp!
ADAM.
Zoo waar de Eeuwge God ons allen hoort En ziet: ik ben geen vriend van hem, maar toch Ik smeek het je, wreek je zoo niet, Pioen!
God straft — niet wij!
PIOEN.
God heeft me eens gestraft,
122