HEIJERMANS
DERDE TOONEEL
DE VORIGEN KLOOSTERBROEDER
KLOOSTERBROEDER (stort binnen) ls Lukas hier, Adam?
ADAM
Hij is er niet.
KLOOSTERBROEDER
Zeg hem als je hem ziet____
(wankelt) .... Ik kan niet meer....
RAKET Hier is een stoel.
ADAM
Daar staat de waterkruik. KLOOSTERBROEDER (drinkt gulzig)
Ik dank je wel!.... Ik ben het pad gehold,
Heb iedereen, dien ik bereiken kon
Gewekt!.... Het huis van God is af gebrand____
ADAM
Het kloosterhuis?----
KLOOSTERBROEDER
Niets heeft het tuig gespaard!
Ze rooven en ze plunderen langs den weg,
En hebben mij zelfs aangerand — ik die —
Jij kan 't getuigen, niet? — het heb voorzien,
Dat het een arbeid van den Satan werd En dat men de natuur niet spant voor werk Van menschenhand.... *t 1^ opstand in de streek Van af het bergplateau tot aan den stroom.
Zijn hiér de ruiten stukgegooid? Wanneer?
RAKET
De smakkers hebben 't gisteren gedaan....
ADAM (Marjolein bedoelend)
Zij was alleenig thuis en zag niet wie.
Zoo laag en ook zoo dapper was de held....
RAKET
Ik doe 'n vloek er op dat het Pioen,
Die rooie dief, die al gezeten heeft,
Met het gespuis, dat hij zn vriènden noemt,
Geweest is... . Dat is een sallemander,
109