Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



ZEVENDE KAPITTEL

DE TROOST VAN DE LEUGEN

Het werd ’n vreemde, triestige, mateloosbekoorlijke dag.

Boven, achter de neergelaten gordijnen, in de rust van het huis en in de rust buiten, lag ’t kindje bij de kaarsen die de moeder daar neer had gezet en bij de bloemen, de fleurend-dorrende, die ieder aan had gedragen.

Beneden, in de serre, zij glimlachend, hij af en toe wat bewerend — en dan bei weer zwijgend met de lieve aan-voeling of ze met mekander over alles aan ’t praten waren — benee in de serre met ’r weelde van groen en ’r penetrant-zoete geuren, zaten ze in ’t geschemer, de zwaarmoediging der zonlooze stores.

’t Heele huis stond in de schaduw van aangrauwende onweerswolken, die ’t licht van enkel nog geel-dampende, als in smeuling dof smokende wolke-randen, naar de opperste boomtoppen en ver-wegge, schril-roode daakjes, ketsten.

Maar in de serre was 5t lijk avondschemer — en ze merkten ’r niets van.

161

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.