Joep's wonderlijke avonturen

Titel
Joep's wonderlijke avonturen

Jaar
1908

Druk
1934

Overig
2ed

Pagina's
235



schoot, bekeken z’n horloge, z’n ringen, z’n nagelschaar, z’n portefeuille.

Als ie de tasting der handjes, ’t getrappel der yoeten voelde, taxeerde ie zichzelf als ’n reus — als-ie ze zag waren ze z’n lichaams-gelijken.

Met ze stoeiend, ze als ’n waarachtig paard dragend, de handen vol teelaarde, de knieën één vettige kluit,vergat-ie alles, de groo-te misère, z’n wanhoop van dien morgen, z’n ontstemmingen en verbittering.

En zoo trok Loef ’m aan, vroolijk, bijna onder de negen kleuters begraven, toen ze uit de stad terugkeerde.

Haar reuzenschaduw schrikte ’m op.

— Wat doet-u? Wat is ’r? vroeg ze ver-baasd-glimlachend.

— Dat zie je, zei hij: ’k heb nieuwe kameraden....

— Jullie zullen ’t meneer te lastig maken, praatte ze vriendelijk-bezorgd — en zich bukkend nam ze ’n weerbarstig tegenstribbelend vrouwtje op ’r schoot.

Ze zat op ’t gras — ’t verpleegsters-kapje op de gescheiden haren — ’t egale, zachte gelaat in de weelde-branding der zon.

En zoo, zoo monumentaal-groot, groot van genegenheid, groot van gebaar, groot van

107

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.