Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



Donderdag.

Wat heb ’k ’n aller-innigst medelijden met Joosten, als ’k me voorstel, dat zijn intérieur van dezelfde hope-looze zwakheid is.

Vandaag, in ’n bui van nerveuze expansie, was ’k op ’t punt — Lies — Lies! — ’n brief te schrijven.

De stilte van maanden en maanden — wat is ze afgruwelijk.

Hoe ijzersterk houdt hij zich, aan z'n „adieu, zonder één teeken en zónder protest” — dien avond bij Conseil...

Geen brief, geen geluid.

’t Zou na de vertrouwelijkheid — van huis tot huis — ’t bij mekaar dineeren, ’t mekaar diensten bewijzen — ’n grofheid zijn, als je niet begréép.

’t Ligt in z’n karakter, wat gebroken is, gebroken te laten.

En misschien . ..

Zou hij — hij óók — bij andere. ,.

Ónmogelijk.

Bah!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.