VIERDE BEDRIJF.
(EERSTE TAFREEL).
(Het privê-kantoor van het eerste bedrijf. Late namiddag. Sneeuw op de kozijnen, op de plaats en op het klimop).
EERSTE TOONEEL.
Stein, Anne.
Stein (treedt door linkerdeur binnen, warmt zich de handen bij de vulkachel, zonder Anne dadelijk op te letten, keert zich om, als zij een boek laat vallen). TJ hier? ... Waarvoor? ... Voor wat?
Anne (schrikkend). . . . Voor... Voor... ’k Wacht... Stein {kijkt haar scherp aan, zet zich in een der fauteuils bij de tafel). Juffrouw Menzei. . .
Anne. Ja, meneer ...
Stein. Als de vraag niet indriskreet is : waarom heeft ù ’n rouwjapon aangetrokken?
Anne. Omdat... (haalt de schouders op).
Stein. Had u bloedverwanten... ? {Zij schudt lang ontkennend 't hoofd). .. . ’n Vriend? (Zij beweegt niet). Meer dan ’n vriend? (Zij slaat ’t hoofd in de handen. Hij gaat over haar aan het bureau-ministre zitten).
Anne (opschrikkend). Niet in dien stoel, meneer Stein...
Stein (opstaand). Begrepen. Neem me niet kwaljjk. Binnen 1