165
Vorst.... Sacrénom, ik duld jouw vermaningen niet! Wil jij den afstand tusschen ons bewaren!...
Ossip Nog meer afstand ? .. .
Vorst.... Mijn éénige zoon, die met de uiterste linkerzij heult — met de onderste lagen van de maatschappij!
Ossip.... Maar pa — maar pa — maar pa 1... Blijft u dan zoo kortzichtig, dat u de nieuwe banen niet ziet!... Ik ben de eerste van ons geslacht, die de wapenspreuk „Excelsior!” toepast.... We moeten de bakens met het getij verzetten, pa. Onze vestingen, ons lóópend leger, onze cavalerie, onze vloot, onze spoorwegen, onze politie, onze justitie, onze tol-ambtenaren, onze lijfgarde, ons geschut, alles is naar de maan — als we geen nieuwe positie innemen, waardoor ze weer tegen ons opzien, opzien pa, op de manier zooals u ’t op ’t oogenblik tegen mij doet. . . .
Vorst. Ik tegen jou opzien! Daar lach ik om! (strijkt driftig een lucifer af, steekt ’n sigaret op).... Zoo, nu neem ik geen verdere notitie van je (zet zich). Dat is goed om Genickstarre te krijgen ... (wrijft zich den hals).
Ossip (met dezelfde kalmte óók een sigaret opstekend). Pa, u rookt te veel! Nu weet u hoe slecht dat voor u is.«..