Mar Lus (fijntjes-glim lach end). Ja, die lees ’k voor — dat wil zeggen de knipsels de knipsels -wat vermoed wordt nieuws te kunnen zijn — te kunnen zijn — ik hanteer de schaar niet... .
P 1 u m s. Was ’r bij die knipsels dan niets van de kolommen en kolommen over ’t kwajongens-gedoe?
M a r i u s. IJ geeft ’r ’n wel gedistingeerden naam aan, majoor, hahaha! — ja, ’r was af en toe ’n zachtzinnig-gekleurd berichtje bij, ’n bijzonder-uitgezocht berichtje, omdat — wat u niet verwonderen kan — de lijfarts van Zijn Hoogheid elke physieke schok, in zake de rheumatische aandoening, en elke moreele prikkeling in zake de oogziekte van Zijn Hoogheid, ten strengste verboden had. Ik heb idyllische, aangenaam-stemmende, geenszins opwindende knipsels en verhalen voorgelezen — zoo dat ’l: moeite had ’r niet nu en dan bij te geeuwen, in de maanden dat ’t geduurd heeft — maar in de hoofdlijnen staat Zijn Hoogheid nog absoluut maagdelijk tegenover ’t fait du jour ~~ en in zekeren zin, majoor, is dat wel aardig en curieus, omdat de verrassing er voor Zijn Hoogheid te grooter om zal zijn. Als uw been geen beletsel was, zou u dan al niet ’ns zelf zoo’n par-force-toer, zoo’n saut-périlleux ondernomen hebben, majoor? U was toch vroeger ’n hartstochtelijk sportsman ?