134
De man. Hem? Hem óók. Is hij niet gekruisigd? — „Des Heer en is de aarde en hare volheid/ Rita (zij kijken beiden naar het crucifix de armen om elkanders middel). Goeien dag, mijnheer de pastoor.
Rita. Goeiendag.
Nansen. Vaarwel!
Rita. Nee — nee — u komt tot ons geiden af).
Nansen (blijft onbewogen staan, rukt zich los uit z'n gepeins, ademt diep bij het zon- beglansdvenster, gaat naar het kerkportaal. Bronk treedt binnen. Hij steekt hem de hand toe. Bronk weigert. Nansen af naar de kerk. Bronk zit triestig neer. Doek).
Einde van het derde bedrijf.