misbruiken voor pakpapier, als ze jouw ‘onder-de-mensen’ met zult- en metworstvlekken bevuilen, mijn ‘falklandjes’ voor zoetemelkse, magere lappies, verse bokking en scharren utiliseren — zijn we dan niet op ’n pittiger, reëler, uit-verkorener, nationaal-Hollandser terrein dan de zelfs niet voor emballage dienende auteurskliek, die als ’t ding criticus ze óók nog versmaadt, erger dan bakker-an, erger dan gecrepeerd, erger dan tot-stof-vergaan zijn — en ten einde raad, desperaat, desolaat, als laatste middel om te tonen dat ’r ’n levende literatuur in voorraad is, mekander de haren uit de bloedende schedels trekken...
Holland, mijn vriend, léést de handige Brusse, de handige Falkland, de (mits korte) kritische bepeinzingen in kranten en (ofschoon ook dat begint te tanen) ’t hóógst-litérair, hóógst-belangrijk, hóógst-leerzaam gebakkelei der volbloedige literatoren in weekbladen en tijdschriften. Zijn wij eendagsvliegen, die talent en ziel missen dan geen bevoorrechte, aromende room op de plassen der theetafel.. ?
Zouden we méér in aanzien zijn als onze vader geen zweep, onze ma geen bestaan, onze horizon geen arbeid ware .. ? Nu kameraad, schrijf jij per jaar enkel in de nrc minstens vier dikke delen, bezwaar ik de markt met ’t zelfde pijnlijk-wegend kwantum (Meyers Lexiconformaat) . .. Qua hoeveelheid doen we klassiek, Lope-de-Vega’s, Calseroniaans — hebben we beiden meer papier beschreven dan de zwoegend-ste Onsterfelijke ’t vermocht te bereiken — en we hebben nog ... toekomst!
Jij en ik — schaam je ’r niet voor, vriend: ook café-chan-tant-artiesten zijn mensen en munten uit in hun vak! — jij en ik zijn ’t Théâtre Variété in de literatuur — de getapte tingeltangel zonder ‘souffle divin’, hahaha! — in kunstzinnige theaterzalen worden we niet toegelaten .. !
‘Maar Heijermans wél,’ merk je op met ’n stem vol ambitie, ‘neemt die dan geen brédere stappen .. ?’
Neen, kameraad! Want ook diens gezamenlijke toneel
99