14
Stam (hortend). Ik vraag me af of jij — of jij waanzinnig ben geworden ! (wijst op de jalouzie).
Mari. Goeien morgen.
Stam, Je schijnt — jij schijnt niet te weten — wel verdomd — ik heb ’t tegen je...
Mari. Dat lijkt zoo, papa.
Stam. Sinds wanneer kletst, wauwelt'n officier
op de manier als jij daar Je vergeet dat je
uniform draagt — je doet als ’n kwajongen...
Mari (driftig). Als iemand m’n uniform vergeet, ben ü ’t, niet ik!
Stam (driftig). Leuterpr aatjes met ’n schoenmaker !... Ze motten maar doorzetten — stévig — "t Is godbeter...
Mari, Ik verzoek u zöo niet te schrèeüwen. M’n oppasser is benejen.
Stam (driftiger). Ik heb lang genoeg gediend, om te weten wat past!
Mari (heftig). En ik lang genoeg om niet geduldig je buien te verdragen.
Stam (vinnig). Lang genoeg? Lang genoeg! Nog geen vier maanden van Breda! Je ben te groen om te...
Mari (z'n sigaar neersmijtend). Papa!