Het Jonas Daniel Meijerplein

Titel
Het Jonas Daniel Meijerplein

Jaar
1961

Pagina's
177



Tussen Tongeleth en Tollens

kaak en de wang te persen en, aldus tegen het Almemor geleund, een nogal bespottelijke indruk maakte. Dat was nog in de klassieke dagen van de Chazzen en de Mesjoreriem, de zangers, die de Chazzen begeleidden.

Een Franse reiziger, Louis Desjobert, beschrijft in 1778 de indruk, die het synagogale, muzikale drietal op hem heeft gemaakt. „L’un dit les paroles et 1’autre 1’accompagne avec un fausset soutenu, comme il n’est guère possible d’en entendre d’autre; le troisième fait la basse, aussi trés singulièrement.”

Het waren tegen zulke gewoonten, dat in een later stadium de burgerlijke heren uit het politiek-liberale kamp hun pijlen richtten. Niemand minder dan de grote oriëntalist Joseph Dernburg, omstreeks 1838 in Amsterdam woonachtig, en aldaar o.m. actief betrokken bij de strijd om de bezetting van de Opperrabbinaatszetel na de dood van Berenstein, heeft ook op dit chapiter van zijn mening laten blijken. Toen, omstreeks 1840, was de interne oorlog over het decorum reeds in volle gang. Maar figuren als de Lehrens begrepen, dat in dit tijdsgewricht de strijd om de uiterlijkheden van de synagogale dienst evenmin essentieel was als het getwist om ouderwetse gebruiken, die in feite het wezen van het Jodendom niet raakten. De meesten hunner vonden zelf de innigheid van het gebed in kleine sjoeltjes, in aparte minjonem, vol devote innigheid, of - om het huiselijker te formuleren - met alle kawwana, kewone. Voor het oog en het oor deden zij gaarne een stapje terug.

Uit de concessies op dit onderdeel, ontstond aldus het instituut van de moderne Oppervoorzanger, Oberkantor, die - muzikaal geschoold en in het bezit van een fraai stemgeluid - voor alle groeperingen naar binnen en naar buiten het synagogale decorum kon handhaven. De eerste hunner, ook de grootste van allen, was de Gneser Chazzen, die reeds in 1856 in de Grote Sjoel werd benoemd en wiens composities niet lang geleden zeer toevallig werden teruggevonden. Geen Chazzen heeft ooit de roem kunnen evenaren van deze Isaac Heymann, die zijn bijnaam ontleende aan het plaatsje Gnesen (in Pruisen), waar hij op zeer jeugdige leeftijd reeds zijn ambt had uitgeoefend. Het was de dichter van het Meijerplein, Abraham Delaville, die ter ere van de komst van Amsterdams grote Chazzen een

93

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.