Het Jonas Daniel Meijerplein

Titel
Het Jonas Daniel Meijerplein

Jaar
1961

Pagina's
177



werpen en curiosa te willen bezichtigen. De hooge bezoekers voldoen hieraan met groote minzaamheid. Maar de belangstelling der Koningin gaat verder dan tot deze inwilliging.

Vergezeld door den heer Asscher bestijgt zij de trappen van den Hechal, laat zich van nabij het schoone voorhangsel toonen en de daarop geborduurde attributen verklaren. Dan dankt en prijst zij den heer Stoutzker voor zijn schoonen zang.

De slotpsalm zal worden aangeheven ... Neen, de koninklijke belangstelling is nog niet bevredigd. Den Opperrabbijn laat zij tot zich komen, omdat zij nog meer bijzonderheden wil weten. En als de grijze geestelijke zich bij H. M. heeft gevoegd gaan wederom de deuren open van de

H. Arke. Een Heilige Wetsrol, wel de schoonst getooide van alle, wordt uitgedragen naar het Almemor, de fonkelende kroon en het zilveren schild worden voor een ogenblik afgenomen, het satijn en de zijde los gewikkeld en voor de oogen der Koningin staat „de Vuurwet van den Sinai”. Dan wordt de koninklijke naam geschreven op de met veel kunstvaardigheid door den heer J. Sluys Jr. vervaardigde oorkonde.

Terwijl de Prins en de Prinses, en daarna de notabelen der gemeente hun namen neerzetten, betuigt de Koningin den Opperrabbijn en mr. Asscher beurtelings haar dank voor deze schoone plechtigheid die, naar H. M. verklaart, een diepen indruk op haar heeft gemaakt.

Ik wist, aldus ongeveer sprak H. M., dat de Joodsche bevolking het Vaderland aanhankelijk is, maar het deed mij goed, mijnheer de Opperrabbijn, dit op zoo sympathieke, geestdriftige wijze van U te hebben mogen vernemen”.

De slotzang klinkt: Psalm XCI : 9 - 11.

Voorwaar, Gij die belijdt, de Eeuwige is mijn toeverlaat, die in den Allerhoogste hebt gesteld Uwe toevlucht, voorwaar, U zal niet wedervaren onheil, rampen zullen niet doordringen in Uw tente. Want Zijn Engelen zal God Uwentwille gebieden om U te behoeden op al Uwe wegen. Waardig slot van een dienst vol wijding, welke met bijzondere aandacht werd gevolgd door Hare Majesteit en Hunne Koninklijke Hoogheden, die herhaaldelijk de hun aangeboden feest-boeken, bedrukt op perkament en in hoorn-perkament gebonden, raadpleegden.

De Hebreeuwsche titel luidt: Orde van den Dienst in de Groote Synagoge van de Heilige Gemeente der Asjkenaziem in de Stad Amsterdam, de Roemrijke, op den dag toen, ter verheugenis onzes harten, onze gebiedster Koningin Wilhelmina, verheven blijve Hare Majesteit, deze Synagoge kwam bezoeken, 26 Adar Sjeini van het jaar der getallenwaarde, „Met de Hulpe Gods”. „Zijne Engelen zal God Uwentwille gebieden om U te behoeden op al Uwe wegen ...”

De laatste woorden van den slotzang verklinken. De Koningin, de Prins en de Prinses staan op van hun zetels, en de vorstelijke stoet begeeft zich naar den uitgang van het bedehuis, dat de herinnering zal bewaren aan een der gelukkigste dagen voor de Joodsche bevolking van de Roemrijke Stad.

176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.