In onze dagen - voor onze ogen
waren de goedgemeende woorden over de plaats van de Jood in Nederland op dit plein verklonken, of er werden geheel andere geluiden vernomen. Het Galoeth de luxe had plaats gemaakt voor een Galoeth-„s’tam’ dat in bitterheid en omvang de ergste balüngschappen van onze toch niet zo verwende diaspora-geschiedenis zou overtreffen.
In dit verband is het van belang er nog eens op te wijzen, dat het de Duitsers waren, die bij verschillende gelegenheden het Meijerplein (en het Waterlooplein) hebben beschouwd als het centrum bij uitnemendheid van het Amsterdamse Jodendom. Voor hen was dit plein het eigenlijke Ghetto, „die Judenstadt”. Bij de ernstige calamiteiten van februari 1941 was dit deel van de oude wijk het middelpunt der afgrijselijke gebeurtenissen, die definitief het einde hebben ingeluid van het oorspronkelijke Amsterdamse Jodendom. Binnen het kader van dit boek heeft het geen zin de feiten op de voet te volgen. Wij willen slechts wijzen op de fatale razzia’s van Sjabbath 22 en zondag 23 februari 1941. Er waren twee verzamelpunten: één op het Waterlooplein bij Huize Bob en één op het Jonas Daniël Meijerplein. Zij, die naar het Waterlooplein werden gedreven, werden later in looppas naar het Meijerplein gevoerd. Aan de stille, zogeheten Portugese kant, langs de Esnoga, waar Chazzan Blanes altijd zo zwierig in ambtsgewaad voorbijflaneerde, werden de honderden Joodse mannen, tevoren in de Neie Sjoel geregistreerd, opgesteld. Na mishandelingen werden zij door de Grünen in de wagens gedreven, die hen vervoerden naar oorden van vernietiging. Eén keerde terug. Over het Ghetto was een langdurige, zwarte Sjabbes gevallen.
Nog werkte onze gemeente door. In de synagoge werd zoveel mogelijk normaal dienst gehouden. Een enkele keer maakten verduisterings-voorschriften avonddiensten, zelfs op Kol Nidré, onmogelijk. Eens werd de dienst op Grote Verzoendag voor nacht beëindigd. Maar gebeden werd er, ook nog na de totale razzia’s van 27 mei (binnenstad) en 20 juni 1943 (zuid). Op de 28e september van datzelfde jaar gingen de deuren van de Grote Sjoel voor het laatst open. In de daarop volgende nacht waren de nog van deportatie vrijgestelde Joden voor het meren-
152