Echa der echo’s
Het was aan geen twijfel onderhevig, of, zoo geen onverwachte redding opdaagde de dagen van het Jodendom ook hier geteld waren” - aldus jaren later de grote Raw!
Want dat was Joseph Hirsch Dünner en zijn komst mag inderdaad worden gezien als een onverwachte redding, ook al dienen wij dit laatste met de nodige reserve te beschouwen. De legende van Dünner is vooral na de Tweede Wereldoorlog dikwijls object geweest van historische correctie. Daarvóór werd critiek in de officiële Joodse persorganen eenvoudig niet geduld. Zó sterk werkte zijn beeld door, dat op het Seminarium tot in onze dagen nagenoeg niets bekend werd over de ontwikkeling van het Nederlandse Jodendom in de 19e eeuw vóór 1862. Het begrip „Dünner” vormde op zichzelf een caesuur als eenmaal de zondvloed.
De hoofdcomponent van de critiek op zijn leiderschap vormde zijn houding tegenover het proletariaat en het socialisme. Men verweet hem achteraf niet voldoende begrip te hebben opgebracht voor de structuurwijzigingen, die er rondom dit Meijerplein plaatsvonden tussen 1870 en 1910. En hierin steekt veel waars. Dünner was een typische 19e-eeuwer, wiens gehele persoonlijkheid was gegroeid onder de invloed van het oude liberalisme en vooral de maatschappelijke denkbeelden van dit stelsel waren de zijne.
Wanneer omstreeks 1870 de ontwikkeling van het moderne kapitalisme zich in Nederland doorzet, en zich mede daaruit het socialisme ontwikkelt, ontstaat ook in Amsterdam onder het Joodse deel van het proletariaat hevige belangstelling voor de nieuwe denkbeelden. Fel laait, binnen de Joodse kring, het verzet op tegen het kerkgenoot-schappelijke, liberale regentendom en zijn rabbinale woordvoerders. Het ontwaken van het klassenbewustzijn wijst, ongeveer een eeuw na de officiële burgerlijke gelijkstelling, eindelijk de weg naar hun emancipatie. Ramen van synagogen worden ingegooid en - naar de opvattingen der oude socialisten - identificeert men al spoedig Jodendom met kapitalisme en keert men de sjoel de te diep gebogen rug toe.
Het is hier niet de plaats voor een sociologische analyse van deze problematiek. Wij kunnen het slechts betreuren, dat deze 19e eeuwse ont-
123