Het Jonas Daniel Meijerplein

Titel
Het Jonas Daniel Meijerplein

Jaar
1961

Pagina's
177



De Sjoelgas

extra heffing, ten einde de Paasbrood-bedeling (matzes) te bekostigen. Men sprak van een Pleten-heffing, ten bedrage van aanvankelijk veertig cent per Plete (=biljet). De netto winstrekeningen van het najaar 1742/43 en het najaar 1743/44 bedroegen ƒ23.948,— en ƒ27.907,—, ongerekend de winst op de afvallen. Het was nogal wat.

In het begin der vorige eeuw had het halwezen in economisch opzicht zijn hoogtepunt bereikt. Toen ontstond bovendien in de structuur, ook van het Amsterdamse Jodendom, een ingrijpende wijziging, als gevolg van de politieke gebeurtenissen tussen 1795 en 1813; met als consequentie een verdwijnen van de Joodse autonomie, die wij via het halwezen hebben leren kennen. Na heel veel geharrewar neemt in 1815 de oude organisatie een definitief einde. Wel handhaafde zich het instituut, doch van de oorspronkelijke instelling was niet veel meer dan een schaduw over. De verkoop van vlees werd losgemaakt van het beheer der parnassim. Het bedrijf werd zelfstandig en de slagers hielden op geëmployeerden der gemeente te zijn.

Tot slot van deze historische uiteenzettingen nog een enkel woord over de plaats van onze vleeshal. De oudste Portugese bevond zich op Vlooyenburg; de oudste Hoogduitse was gevestigd in een houten loods achter de grote Synagoge; zij werd in 1685 afgekeurd. Als gevolg hiervan wendden parnassim zich tot Burgemeesteren met het verzoek op hun erf achter de Dritt-Sjoel een hal te mogen bouwen en daar boven, een school met een woonhuisje voor een sjammesj, welke eventueel voor hulp-synagoge zou kunnen worden gebruikt als de Grote Sjoel te klein zou worden. Van de bedoeling daar een school te vestigen kwam niets. Het lokaal, waarom het hier gaat, werd de ons al bekende Obbene-Sjoel.

De hal, die toen werd opgericht, bereikte men door de gang naar de laatst genoemde synagoge; men sprak van de „Hal-gang”. Voor de couleur locale is het niet onaardig de beschrijving te lezen, die Rabbi Mousje Cauveren in 1788 via zijn inventaris van de vleeshal heeft gegeven:

„Er bevonden zich zes banken voor de hakkers (vleeschhouwers), een kantoortje voor den schrijver van de Penningmeesteren van de Hal

116

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.