De Sjoelgas
Lied, vervaardigd door „Wollie” Maarsen bij het 75-jarig bestaan van de Misjnajes-chewre
riem” brengt ons naar de sfeer van het echte Joodse Amsterdam, waar men liever sprak van de Misjnajes-chewre, waar zo voortreffelijk werd geleerd door de Maggied1) S. Hammelburg, wiens Nederlandse vertaling van het tweede deel der Misjna (Seder Mo’ed) in zijn genre als een standaardwerk moet worden beschouwd (Amsterdam, 1939). Wij hebben nog het voorrecht gehad de Heer Hammelburg een enkele keer te horen doceren, op zijn ietwat langzame, langdradige, monotone wijze. Maar wat was het een uitnemend docent, wat kon hij de moeilijkste problemen helder en zakelijk toelichten. Dat was „leren” in de beste zin van het woord. Nog liggen er manuscripten van deze Joodse erudiet te wachten op het instituut, dat zich durft te wijden aan de uitgave ervan. Wij be-
x) Maggied = candidaat-Rabbijn.
102