HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
le. Vóór de emancipatie hebben de Joden zich ten allen tijde zoo streng mogelijk afgezonderd van hun omgeving, in plaats van te trachten daarmee één te worden. Deze afzondering werd dan vaak nog doorgevoerd op een het gevoel kwetsende wijze (reinheidswetten, spijswetten), terwijl men zich in zijn trots de meerdere der anderen waande en dit ook wel liet blijken.
2e. Terwijl de Joden in de verstrooiing overal een minderheid vormden of vormen, weigerden of weigeren zijn zich als zoodanig te gedragen. Een bijzondere tactloosheid, om geen erger woord te gebruiken, hebben velen onder hen van oudsher onder dit opzicht aan den dag gelegd.
3e. Als volk en ras hebben de Joden eigenschappen, die bij anderen af keer jegens hen opwekken. Reeds het joodsche uiterlijk stoot velen af en verder ook de joodsche manieren, de lawaaierigheid, opdringerigheid, het gebrek aan bescheidenheid, enz. van velen. Waar veel Joden samen zijn, in hotels, restaurants of andere gelegenheden, blijven de niet-Joden liever weg of worden zij ook wel weggedrongen. Bepaalde eigenschappen stellen hen in staat plaatsen, ambten, betrekkingen, enz. te veroveren, die ook de niet-Jood gaarne heeft, terwijl zij, eenmaal in die posities gekomen, ze vaak gebruiken om andere Joden eenzijdig te begunstigen. Uit den Talmud blijkt, dat zij er in vroeger tijd tegenover niet-Joden een eigenaardige moraal op na hielden, terwijl zij zelfs wettig toegestane middelen kenden om op slimme wijze hun eigen (d.i. naar hun opvatting: Gods) wetten te ontduiken.
Ook kan de volkswijsheid, die een bepaalde wijze van handelen afkeurend ‘joodsch’ noemt, niet gehéél en al ongegrond zijn, hoewel men hier natuurlijk geen verstrekkende conclusies mag trekken.
4e. Erger nog is het godsdienstig en zedelijk verval, dat groote deelen van het joodsche volk heeft aangetast en waarop wij in het voorafgaande reeds wezen.
5e. De Joden hebben een groote rol gespeeld in het ontstaan en de verbreiding van de verschillende vormen van het marxisme, dat evenzeer de vijand is van den godsdienst als van een gezond nationaal volksleven.’
(En dat gaat aldus nog even voort.)
Als oorzaken, die speciaal van de kant der niet-joden de slechte ver-184