HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
woord een slip of the tongue was, voldoende bewijst, dat de door den raadsman gehouden beschouwing daarmede niet overeenstemt, en dat de verdachte wel degelijk heeft beseft, dat hij in het vuur zijner rede te ver gegaan is;
O. dat uit het bezigen van het woord ‘lafaard’ als gezegd het opzet om te beleedigen voortvloeit, terwijl van eiken verderen animus in-juriandi niet behoeft te blijken;
O. dat de beschouwingen achteraf een blik werpen op verdachtes mentaliteit, en deze bij de oplegging van de straf gewicht in de schaal leggen;
O. wat de op te leggen straf betreft:
O. dat Wij van oordeel zijn, dat nu Ons gebleken is uit den over-gelegden ter terechtzitting voorgelezen brief van Mr. A. J. Sauer, dat van den verdachte geenszins kan worden gezegd, dat hij een oproerkraaier is, maar integendeel iemand, die den indruk maakt van een bedachtzaam spreker, die in het algemeen zijn woorden met voorzichtigheid pleegt te kiezen, op het plegen van het overigens ernstige feit in deze geen vrijheidsstraf behoeft te volgen, maar met het opleggen van een geldboete kan worden volstaan, die den verdachte zal leeren in het vervolg een wacht te zetten voor zijn mond;
Volgt veroordeeling tot f 40 boete, subs. 40 dagen hechtenis. (Red.)’
Misschien stemt dit vonnis ons tot nadenken in dit na-oorlogse Nederland, waar langzamerhand niemand meer aan voelt hoe het vóór 1940 eigenlijk uitzag.
Het grote publiek in slaap gesust door prachtige T.V.-uitzendingen gelooft al lang dat er in Nederland een heel klein gedeelte erg fout is geweest en een zeer groot gedeelte in het verzet. Nederland was altijd een tolerant land en Duitsland was nu eenmaal antisemitisch. En ‘wij’ namen onze middelen. Wij hebben onze joden laten onderduiken. Behalve dan die ruim 100.000, die zijn verdwenen - misschien wel omdat ze niet wilden onderduiken. Misschien ook om andere redenen. Daarover verschijnt nog wel eens een mooi boek. De grote pers zal er alle aandacht aan besteden. Ook daaraan wordt gewerkt.
Voor het echter zover is, kan het geen kwaad nog eens het woord te geven aan een theoloog, wiens theorieën blijkbaar niet onder het eerder bedoelde artikel 137c vielen. Wij menen Dr. J. van der Ploeg O.P.,
180