HET WASSENDE WATER
‘Koningskinderen’ - maar in nood! Wier rare sprongen begrijpelijk worden tegen de achtergrond van het acuter wordende joodse vraagstuk. Want het antisemitisme vond ook hier een gretige voedingsbodem.
Hitlers invloed werd met de dag groter. En juist daarop hadden de zionisten reeds sedert de jaren dertig gewezen. Zonder succes, zoals wij zagen.
Ter gelegenheid van Rosj Hasjana 5691 (september 1930) schreef Bernstein in een artikel, dat als titel droeg Het wassende water:
‘Naast de traditioneele landen der grofste Jodennood eischt vooral ook het nabije Duitschland thans onze aandacht op. De economische verdringing der Joden heeft daar te lande angstwekkende vorderingen gemaakt en dit treft te meer, daar juist de economische toestand der Joden in Duitschland nog niet lang geleden bloeiender scheen, dan waar ook. Na de emancipatie hebben de Joden in Duitschland bij den opbouw van het Duitsche bankwezen, den handel en gedeeltelijk ook van de industrie een voorname rol gespeeld; in het begin dezer eeuw waren de Joden in Duitschland zeer welvarend; er bestond geen Joodsch proletariaat en werkelijke armoede was er nagenoeg niet onder de Joden in Duitschland. Dit is wel zeer veranderd. Door de concentratie van het bedrijfsleven wordt het voor den zelfstandigen middenstand hoe langer hoe moeilijker om te blijven bestaan, en daarin hadden de Joden voornamelijk hun plaats, omdat zij daar van de onwelwillendheid der omgeving betrekkelijk onafhankelijk waren. Voor het verkrijgen van een positie in een grooter bedrijf is de welwillendheid van hoogere en lagere bedrijfsleiders noodig; deze ontbreekt echter ten opzichte van de Joden; die zouden trouwens door hun antisemie-
169