Hoge hoeden, lage standaarden

Titel
Hoge hoeden, lage standaarden

Jaar
1969

Overig
De Nederlandse joden tussen 1933 en 1940

Pagina's
201



HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN

Typerend voor deze Bergstichting was zijn niet-joodse directeur, die - als ik de toenmalige Amsterdamse Opperrabbijn mocht geloven -joodser was en joodser voelde dan menige godsdienstonderwijzer. Hij zei dat tot ons, studenten aan het Seminarium, tijdens de zogeheten les in apologetica. Wij lazen dan Chizzoek Emoena van Isaak ben Abraham Troki, een in vroegere dagen beroemd apologetisch werk, dat ons niet veel meer zei en bovendien onwetenschappelijk werd gebracht. Wij daagden hem - de Raw - uit tot tegenspraak op het terrein der joodse problematiek. Alleen voor dat laatste kwamen wij eigenlijk, als ik me goed herinner. En hij reageerde altijd zoals wij wilden.

Want wat kwam er joods wel terecht van de Berg-stichting, van al die andere stichtingen en van al die weeshuizen, waar kinderen uit allerlei maatschappelijke milieus toch werden gedwongen tot een traditioneel jodendom dat door de curatoren van zulke instellingen al lang was losgelaten. Wij denken aan het verhaal van die weeshuisregent die op sjabbat - op het Centraal Station - de moeder ontmoet van een halve wees, die in het weeshuis wordt opgevoed. ‘U hier op sjabbat’ - aldus de regent. ‘Maar U bent toch ook hier’ - aldus de moeder. Waarop meneer de regent: ‘Maar ik heb geen kind in het weeshuis.’

Van al die joodse opvoedingssystemen in al die instellingen bleef nauwelijks iets hangen. Men moet die kinderen hebben gekend. Ik heb met weesjongens op het Seminarium gezeten. Ik hoor ze nog spreken over ‘Joodse’ tradities. Over de kaddiesj, die ze moesten zeggen voor vreemde joden, die gestorven waren zonder kroost. En waarvoor ze soms beloningen kregen om dit religieus bedrijf aantrekkelijk te maken. Die geëxponeerde slaafjes der Bataafs-Israëlitische filantropie, die in nette rijtjes marcheerden vóór de lijkkoets, als ze begrafenissen (‘lewajes’) moesten opluisteren van notabelen, die contribuerend lid van het weeshuis waren geweest.

Liefdadigheid, liefdadigheid allerwegen. Met als nationale kampioen: de Joodsche Invalide. Wat te vertellen over deze machtige instelling, die sterker dan de staat Israël tegenwoordig, sprak tot de verbeelding van iedere jood en niet-jood. Van Muntendam tot Middelburg, van het communistische Beerta tot het roomse Breda. Kwam een argeloze jonge zionist ergens in Amsterdam vragen of er een busje mocht staan van

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.