HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
terstond: er was iets. De man had jaartijd, herdacht de sterfdag van een van zijn ouders en wilde kaddiesj zeggen. Werd de goegemeente op sjabbat verrast met onverwachte clientèle dan gold het bijvoorbeeld een kerkelijke meerderjarigheid, een barmitswaviering. Een jongetje van 13 jaar werd opgeroepen voor de Tora en droeg zijn ‘parsje’ * voor. In sommige gemeenten: met een heuse hoed op! Waarzonder de dertienjarige niet eens werd toegelaten! Opa’s, oma’s, ooms en tantes, soms geflankeerd door een geïnteresseerde goise aardrijkskundeleraar, bezetten de banken en luisterden, sjmoesden wat, lachten en werden daar straks ontroerd door het hoge stemmetje van de ‘zoon der Wet’, die veelal voor het eerst en het laatst in sjoel verscheen.
Ik zie ze nog zitten, de mannen met rare geleende hoeden op en een geleend talles ( = bidkleed) met posele ( = ondeugdelijke) tsiet-sies ( = schouwdraden) schots en scheef over hun onwennige schouders. De vrouwen - boven - in persianer mantels. De moeders, op het hoogtepunt, een obligate traan wegpinkend, die bij de Barmitswa hoorde zoals de zilveren servetringen en zilveren vulpotloden, die werden meegenomen op de receptie van zulke onvergetelijke dagen.
Was het niet begrijpelijk dat mizrachistische jongeren behoefte hadden aan degelijker voedsel uit een andere trog?
Zo ontstonden hun eigen sjoeldiensten waarover eerder werd gesproken. Waar in meerdere of mindere mate oost-jodendom werd geïmiteerd. Waar het ook op Poerim lustig toeging. Op dat Lotenfeest gold het in officiële synagogen als onfatsoenlijk (‘typisch joods’) om lawaai te schoppen (het zogeheten Hamankloppen) wanneer tijdens het voorlezen van de Rol van Esther de naam van de jodenhater werd uitgesproken. Op de Poerimfeesten buiten de synagoge leefden de zionistische jongeren zich bovendien ‘politiek’ fel uit in hun critiek op kille en kerkgenootschap. Aan menige revue bewaar ik dierbare herinneringen. Vooral als we succes hadden en de critiek losbrak van de zijde der potentaten, rondom het Meijerplein en ‘het Geeltje’, het N.I.W. ‘euphemistisch genaamd de Joodse Pers’, aldus wederom Kain, die eenmaal (april 1929) in een Verloren Hoekje van de Joodse Wachter de gevoelens der zionisten aldus vertolkte:
‘POERIM IN HOLLAND
Een deel van wat men euphemistisch noemt de ‘Joodsche Pers’ heeft
136 * Parsje: afdeling uit de Thora.