BATAVIEREN EN BOTERKOEK
‘Ter eere van Hem, het Licht en de Redder der deugdzamen, die deze bescherming waardig zijn, wil ik, in het midden Zijner beminden, als gene zangers (bij de Roode zee), een hooglied aanheffen. Hij, de innigste aller wenschen, de verkwikkendste lafenis der smachtenden, Hij had mijne voorraadschuren met overvloed gevuld; o mogt Hij mij weder met Zijne omhelzingen liefkozen. Zij, die meer dan andere maagden (volkeren), gezegend zijn, met den rijksten zegen, en welke over Uwe geheimste schatkamer (de leere) heerschen, hen hebt Gij getooid met Uwe specerijen. Uwe specerijen, zoo liefelijk van geur! Uwe huis-genooten, Uwe bevrijden, waren zij; zie, hoe zij naar U reikhalzen, om naar dit geregtshuis Uwer verlichten terug te keer en. O, trek mij derwaarts en ik volg U! De Verhevenste en Allernederigste heeft mij meer dan andere schoenen opgesierd; maak mij de kommer dus al wanstaltig, zoo ben ik nogthans bevallig. Eene zwarte kool gelijk, zoo heeft smart en kommer mijn ter neer gebogen ligchaam omgeven, in donker rouwgewaad gehuld. O zie niet zoo verachtelijk op mij neer, omdat ik wanstaltig ben. Hij verhief mij hoog, en zonderde mij als een’ droppel van den emmer van de heidensche volkeren af; tot een voorhoofds-band van zijn’ diadeem verhief Hij mij; mijne banier, mijne vesting kondigde Hij mij ginds aan. Den straf mijner leiding droeg Hij aan Mozes, den zachtmoedigen herder van Dardaï (het wijze geslacht) over, deze rigtte mij, bestrafte mijne misstappen, en zeide: ‘Als gij de wet niet kennen wilt!’ Hij spoorde daar het ros tot mijne redding aan, kliefde de zee tot eene vaste baan voor mij, verwisselde haar tot droogte, en vervulde haar met de hoeven hunner paarden achter mijn ros.’
Wie begreep (begrijpt) daar een letter van. Van het Nederlands meen ik. Om dan te zwijgen over zulke teksten in het origineel, die de lange vervelende diensten vulden. Die gelukkig een doodenkele maal werden onderbroken door een in gebed verzonken zich opwindende jehoedie, gestoord door pratende, stoeiende maar in elk geval niet biddende kinderen. Welke laatsten op Vreugde der Wet (Simchat Tora) aan hun trek kwamen door de bruidssuikers die van de vrouwengalerij (mannen beneden; vrouwen achter de tralies, boven) naar beneden werden gesmeten. Zulks in strijd met het decorum, dat resoluut werd verdedigd in naam van alle wetten der wereld. Op den duur bleef er in de Nederlandse synagoge alleen de beklemming van een stervende leegte.
Verscheen er op een werkdag een vreemd gezicht, dan wist ieder
135