HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
geen plaats onbezet. Bij zulke gelegenheden kwam er een sjoelpubliek met spanning luisteren of de hoge C zou worden ‘gehaald'. Zo hoog werden de muzische standaarden aangelegd als het ging om de wet van Mozes.
Want er werd een gazzen gekozen die moest voorgaan in het eeuwenoude, Hebreeuwse gebed. Mét koor, wel te verstaan. En zonder veel publiek, tenminste als de proefdiensten voorbij waren. Met als gekwalificeerde uitzonderingen: de goed bezochte diensten op de Hoge Feestdagen: Rosj Hasjana (Nieuwjaar) en Jom Hakipoeriem (Grote Verzoendag). Op de Verzoendag de hele dag. Op Nieuwjaar de halve. Als norm voor de dienst gold op Rosj Hasjana: hoe lang alles wel had geduurd.
Van enige religieuze spanning was in de synagogedienst al lang geen sprake meer. Een enkel deel van de Jom Hakipoeriemdienst misschien uitgezonderd. Onbekendheid met het Hebreeuws gebed was hiervan wel de voornaamste oorzaak. Maar lang niet de enige. Er was een algehele vervreemding gegroeid tussen het joodse individu en de plaatsen van het oude gebed, die ‘kerken’ waren geworden, met decorum en kosters, met toga’s en beffen.
Zij, die - geboeid door gedachten over een moderne joodse renaissance en daarenboven toegerust met kennis van het Hebreeuws - zich toch nog over de drempel waagden, werden afgeschrikt door een formalistische machinerie, die met echte joodse waarden niets meer uitstaande had. Zelfs naar de vorm schone gebeden verdorden in onze synagogen bij gebrek aan een natuurlijke voedingsbodem. Opmerkelijke artikelen wijdde de zionist J. Mossel aan het probleem Volk en Gebed (in de Joodse Wachter van maart 1937). Hij laat zien hoe bijvoorbeeld Wagenaar in zijn Gebedenvertaling de tefillot ( = gebeden) precies zo anti-nationaal interpreteert als de reform.
‘Hoe is het mogelijk, dat zij, die iederen dag deze gebeden zeggen, in hun dagelijkse leven zo felle tegenstanders zijn van het Zionisme? Men kan begrijpen, dat in de kringen van de reform, waar men Zion uit de gebeden geschrapt heeft, veel anti-Zionisten gevonden worden. Al is in deze kringen tegenwoordig veel veranderd, het is toch een feit, dat de reform in oorsprong sterk assimilatorisch was. Maar hoe kan de orthodoxie (wij doelen hier natuurlijk op de anti-nationale orthodoxie) die deze gebeden onveranderd heeft gehandhaafd, ze verenigen
130