Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Titel
Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Jaar
1964

Pagina's
138



LIBERALEN1)

Bij al deze beschouwingen over Dr. Dunner zouden wij bijna de grote lijn van de geschiedenis der Gemeente uit het oog verliezen. Voor één moment dus daarnaar terug.

De Emancipatie van de Joden in Nederland had in 1796 officieel haar formulering gevonden. Welke gevolgen deze structuurwijziging direct en indirect met zich had meegebracht, hebben wij leren kennen. Maar bij de analyse van de interne Joodse verhoudingen hebben wij ons niet steeds rekenschap gegeven van een externe ontwikkeling. Daarvoor dus aandacht.

Met de gelijkstelling der Joden aan het eind van de 18e eeuw had de Emancipatie nog lang niet haar beslag gekregen. Slechts een kleine geselecteerde groep immers genoot van de ingrijpende wijzigingen. Het zou nog een eeuw duren, voordat alle joden in Nederland zouden profiteren van de activiteiten, die eerder in dit boek object van behandeling hebben uitgemaakt.

Na 1848 is het aspect van de Joodse houding tegenover de Emancipatie wel grondig veranderd. In 1796 flitste door de propaganda een Messiaans element, dat gekoppeld werd aan cosmopolitische idealen uit het tijdperk der Verlichting. Wij herinneren ons het pathos van Bromet. Met het optreden van Thorbecke deed een nieuwe categorie burgers een greep naar de politieke macht en met haar komt een Joods geslacht naar voren, dat de strijd om Emancipatie verbindt aan een zeer nuchter systeem van staatkundige denkbeelden.

In deze tweede fase is de Emancipatie een aangelegenheid geworden van actuele inschakeling in Nederlandse verhoudingen en dat heeft haar verstrekkende gevolgen gehad. Het assimilatie-proces had een theoretische en praktische basis verkregen, die al spoedig zo natuurlijk werd, dat het niet eens meer nodig scheen het Jodendom met de maatschappij in een synthese samen te vatten. Wat vorige generaties, die nog dicht bij de 18e eeuw stonden, als noodzakelijk was voorgekomen (een reformatie van het oude Jodendom), dat scheen een later geslacht bepaald overbodig. Daarnaast had in Nederland het optreden van Dr. Dünner de leidende Reform-dilettanten van de jaren 1860—1870 toch reeds het zwijgen opgelegd. Er trad in het laatste kwart der eeuw een periode van rust in maar deze was allerminst van behagelijke aard!

Binnen niet al te lange tijd zouden de resten van het oorspronkelijke Jodendom dezer liberalen een problematiek demonstreren, waarmee ook en vooral Dünner zich geen raad wist. Waarmee zelfs wij ons nog geen raad weten: het dualisme van mannen als A. C. Wertheim, die zelf nog wel Jood wilden zijn, maar daaraan voor zichzelf en als het kan nog minder voor hun nageslacht consequenties verbonden. „Het Jodendom moet orthodox zijn — of het moet niet zijn”, aldus deze Parnas-regent. Dit behoort bij iemand, die zichzelf los denkt van persoonlijke verantwoordelijkheid en die — voorzover hij in groepscategorieën denkt — misschien wel ergens nog diep of minder diep gebonden is aan een Jodendom, doch zich daarvan tegelijkertijd distantieërt. Men denkt aan de

102

1

Vgl. voor de documentatie van dit gehele hoofdstuk J. Meijer, Tussen Götterdämmerung en Morgenrood. Beschouwingen over Joden in Nederland omstreeks 1900, Amsterdam 1951.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.