Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Titel
Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Jaar
1964

Pagina's
138



DE KEHILLA IN AMSTERDAM

Onze Amsterdamse Kehilla is — hoezeer in traditioneel opzicht de evenknie van alle echte Joodse gemeenten der diaspora — een speciale, waarvan de groei niet los gedacht kan worden van Amsterdam en van Nederland. Zoals de Nederlandse cultuur direct en indirect Joodse invloeden heeft ondergaan, zo ook zijn in de structuur van Amsterdamse en Nederlandse Joden facetten te onderkennen, die eerst in Nederlands verband historisch begrijpelijk worden. Zonder op dit thema in te gaan, wijzen wij op een figuur als de befaamde Zionistische theoreticus Nehemia de Lieme, wiens biografie begrijpelijk wordt tegen de achtergrond van een Nederlandse culturele evolutie. Ditzelfde geldt voor Jacobus Kann. Wij noemen juist deze twee, omdat zij als Zionistische voormannen de Joods-nationale idee bij uitstek hebben gediend!

Ook de historie van onze Joodse Gemeente dient mede benaderd te worden uit de cultuurmatrijs van de Nederlandse geschiedenis. Het is niet de geringste verdienste van Dr. Dünner geweest, dat hij dit heeft ingezien. Slechts daardoor kon hij naar binnen en naar buiten het gezag ontwikkelen, dat hij nodig had om de uit Duitsland geïmporteerde dilettanten-Reform te bestrijden en op deze wijze het traditionele karakter van onze Kehilla te behoeden. De tragische breuk met het 18e eeuwse Jodendom werd door Dünners optreden wel bezegeld (en dit heeft zijn negatieve gevolgen gehad voor het Nederlandse Jodendom) maar bij de overgang van de 19e naar de 20e eeuw existeerde onder zijn invloed dan toch maar een officiële Joodse gemeenschap, die zich even con-cessieloos verbonden wist met vroeger Joodse geslachten als met de huidige op traditionele grondslag staande gemeenten in de gehele Joodse wereld.

Ook met betrekking tot deze positie is 1948 niet zonder sporen aan ons voorbijgegaan. De catastrofe der oorlogsjaren en de spoedig daarna opgerichte Medienat Jisraëel lieten onze gemeenschap weinig gelegenheid tot bezinning. Zocht een deel der Joden geleidelijk de weg naar het Oude Land, een ander deel assimileerde zich meedogenloos. Nu na zovele jaren onze gemeenschap nadenkt over haar status, blijkt ten onzent menige ingrijpende wijziging ingetreden, die wij ons (hangende alle acute vraagstukken van het naoorlogse Jodendom) niet hebben kunnen realiseren. Naar buiten en (mede daardoor) naar binnen.

A. Naar buiten

Naar buiten spreekt tot ons allemaal de veranderde houding der gojiem. De Joden der diaspora worden geïdentificeerd met de Joodse Staat. Ook als ze dat niet wensen! Het nieuwe land spreekt even sterk of nog sterker tot de verbeelding der niet-Joden — zeker in dit Protestantse Nederland met zijn Calvinistische traditie en met zijn historische neiging toch al een „exempel aan Israël” te nemen. De gebeurtenissen rondom de jaren 1940—1945 en 1947—1948 concentreerden de aandacht van de Nederlandse Christenheid op het factum van het eeuwige Israël en de hem begeleidende mythe van de uitverkiezing. Welk een uitzonderlijk grote affiniteit groeide er niet tussen het Calvinisme (dat de Joden als staatsburgers nota bene gereserveerd tegemoet trad) en het Jodendom gedurende de gouden eeuw. De Protestanten herkenden het Oude Volk van

134

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.