SOMBER PERSPECTIEF
De geschiedenis van het Amsterdamse Jodendom omstreeks 1900 vertoont ons aldus het beeld van een ernstige crisis, waaruit het zich eigenlijk nimmer heeft kunnen oprichten. Tussen de assimilerende tendensen van het Joodse Liberalisme en de negatieve impulsen van het jonge Joodse Socialisme werden de grondslagen van de voormalige grote Kehilla verpulverd. Want het Zionisme, dat — achteraf en theoretisch gezien — een regeneratie had moeten bewerken, bleef voorlopig machteloos. Slechts een uiterst kleine groep pioniers bleek door de ideeën van Theodor Herzl gegrepen en het heeft zelfs maar weinig gescheeld, of de gehele N.Z.B. zou omstreeks 1904 zijn weggevaagd.
Dat jaar betekende toch reeds een moeilijk keerpunt voor het internationale Zionisme. Theodor Herzl was gestorven; tastbare resultaten van zijn politiek waren er niet. Als wij Die Slimme der Wahrheit (Jahrbuch für wissenschaftlichen Zionismus) uit het jaar 1905 lezen, dan treft ons een min of meer chaotische sfeer. Men weet niet, waar het met de beweging heen moet. Zal men ooit slagen? De persoonlijke invloed van een magische figuur als Herzl zelf was zó groot geweest, dat men zijn heengaan nauwelijks in het reële vlak kon verwerken.
In Nederland begon men omstreeks dat jaar van alle zijden storm te lopen op die dwazen, die van Zion droomden. De vijanden van het Joodse nationalisme waren al eerder begonnen. In ons bezit bevindt zich een schrijven van de redactie van een der grote Amsterdamse bladen, gedateerd 14 september 1897, waaruit duidelijk blijkt, dat men van Joodse zijde regelrechte pogingen heeft gedaan om belangrijke politieke machten tegen het Zionisme te concentreren. In het door ons bedoelde geval is sprake van contact met niemand minder dan de Paus van Rome.
Wij doen er goed aan de tegenstanders van de jonge beweging in drie groepen te verdelen. Allereerst waren er de nationaal-Nederlandse liberale Joden, die de gevaren speurden van de dubbele loyaliteit. Dan komen in tweede instantie de socialisten, die het Zionisme beschouwen als een burgerlijke stroming. Luisteren wij naar de woorden van Jos. (Joppe) Loopuit in zijn beschouwingen „Over Zionisme” in de Jonge Gids van zijn mede-Jood Heijermans:
„Het politiek Zionisme der heeren Theodor Herzl en Max Nordau, neergelegd in het plan „Der Judenstaat”, is zeer fin de siècle. Het is de belichaming der idéé, uitgesproken op het Zionisten-Congres te Bazel, dat het Zionisme er naar streeft een publiek-rechtelijk verzekerde woonplaats te verschaffen aan diegenen onder de joden, die zich in hunne woonplaatsen niet assimileeren kunnen, of zich niet assimileeren willen.
Voor zoover met dit plan iets zal bereikt worden, zal het wel alleen zijn een woonplaats te vinden voor de eerste categorie Joden, de tweede zal wel zóó gering zijn in aantal, dat het de moeite niet zal loonen. Wel zeggen de geloovige Joden in het Paaschgebed o.a.: „het volgend jaar wenschen wij in Jeruzalem te zijn”, doch dat is maar voor den vorm, in het wezen der zaak ruilen zij de westersche beschaving, de westersche verkeersmiddelen niet gaarne met de ongemakken en de achterlijke civilisatie van het Oosten. Evenmin verlaten zij hunne gevestigde kantoren, bankzaken, groote winkels en den gezelligen effectenhoek, voor de problematische materieele voordeelen, die in dit thans nog Turksch gebied te behalen zijn. Zelfs niet voor de kapitalistische onderneming van Dr. Herzl!
114