Dünners preek stond aan het begin van het Nederlandse Zionisme; zij werd als propa-gandabrochure zelfs in het Duits vertaald. Het vervolg is bekend. Op 31 maart 1899 debuteerde de 27-jarige bankier J. H. Kann in het Centraal Blad met een opwekking deel te nemen in de Jewish Colonial Trust. Hij had toen reeds de eerste twee congressen bezocht en genoot bij de leiders der beweging een reputatie. Door zijn toedoen ook groeit het in Holland nu snel tot een organisatie. Op 17 april spreekt Nordau in de grote zaal van het Concertgebouw — Kann presideert. Er werd daar een brief voorgelezen, waarin Dr. Dünner zijn adhaesie betuigt. Kort daarop, 27-4, werd door Kann en de dichter Van Collem een bijeenkomst georganiseerd in De Werkende Stand. Zij liep uit op een fiasco. Enkele weken later publiceerden beiden een circulaire „Wat wil het Zionisme”. Zeventien dagen later werd in het achter-benedenzaaltje van Diligentia de Nederlandse Zionistenbond opgericht.
Het Zionisme begon zijn trage weg onder uiterst moeilijke omstandigheden. Wat zou de twintigste eeuw brengen voor een Kille, die al zoveel stormen had doorstaan?
111