VI.
VERRAAD VAN FABRIEKSGEHEIM.
Ik waande eerst uit werken van poëten,
Dat je’ enkel werd door godd’lijk licht bestraald, Voordat je’ iets schiep. Maar ik wil ’t eerlijk weten: Je maakt het éérst af, wat het best betaalt.
En zoo’n sonnet? ... Och, kalm met passen, meten Schrijf je’ eerst de twee kwatrijnen. Dat bepaalt Al, wat geklonke’ aan den terzinemketen Er verder aan het slot wordt bijgehaald.
’k Verraad hier eigenlijk fabrieksgeheimen, t Is heusch zoo’n kunst niet datscandeeren, rijmen, Verliefd zijn óók niet. Nou: dat pen je neer En mengt dat met je stemming door het weer. En landschap*schild’ren leer je — een, twee, drie — Geholpen door een boek van botanie.
102