V.
HET VERLEDEN.
Ik wil soms schrijven over and’re dingen Dan over de directe werkelijkheid.
En ik voel fel dan me’ een verlangen dringen Tot opgaan in een vroeg’ren, grooten tijd.
Maar ’t is of spijkers dan mijn dichter^zwingen Vast slaan aan d’aard, als k wensch te zijn bevrijd Van t Heden en vergeefs naar vroeger kringen Van Eeuwen, Aera’s mij mijn visie leidt.
Ik kan maar niet het recht contact bekomen. Hun helden zien mij steeds stihweig’rend aan. Ook van de Toekomst zie k niet veel in droomen, Hoe graag k als pionier ook vóór zou gaan:
’k Mis nog te veel hun moed. — Ik, arme knul, Wat zou k er ook mee doen nu? .. .
(In t jaar Nul*).
101