XXX.
DJAMBI.
Als dichter vind ik het een groot schandaal, Zoo men ons volk in oorlog mee zou slepen, Nu als polyp het Britsche kapitaal Onze’ olie«schat in Djambi heeft omgrepen. Maar k kan als koopman met het ideaal Van vrede onder voorbehoud slechts dwepen, Want, daar ik hier misschien O.W. uit haal, Verbrand ik achter mij licht d’eigen schepen, Wanneer ’k — óns land vrij wenschend van die
rampen —
’t Militairisme’ er buiten zou bekampen.
Ik wil mijn toorn in verze’ er om bedwingen En ’k hoop, dat nog de kans ten goede keert, En blijf daarom maar van mij zelve zingen . . . (Hoe in de Kunst üw ziel ook „deprecieert”.)
126