De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Daar ons volk, eens verloren in wervling van gevaren Zijn veilig Land hervond.’

Wij worden herinnerd aan Hermann Cohen en diens ‘sporen der Mas-jieach’. Zie Franz Rosenzweig in zijn Einleitung van Cohens Jüdische Schriften, Berlin 1924, pag. xxxv. Vergelijk ook Rosenzweig: Jehuda Halevi, Hymnen und Gedichte, Berlin z.j., pag. 239.

‘Hermann Cohen sagte einmal zu mir - er war schon über siebzig “Ich hoffe doch noch, den Anbruch der messianischen Zeit zu erleben”. Damit meinte er, ein Glaubiger des falschen Messias des neunzehnten Jahr-hunderts, die Bekehrung der Christen zum “reinen Monotheismus” seines Judentums, die er in der liberalen protestantischen Theologie sich vor-bereiten zu sehen meinte. Ich fuhr zusammen vor dieser Gewalt des “bald, in unsern Tagen” und wagte nicht zu sagen, dasz diese Zeichen mir keine Zeichen waren, sondern erwiderte nur, ich glaubte es nicht zu erleben. Darauf er: “Aber wann meinen Sie denn?” Da hatte ich nicht das Herz, keine Zahl zu nennen und sagte: Wohl erst nach Hunderten von Jahren. Er aber verstand: wohl erst nach hundert Jahren, und rief: “O bitte sagen Siefünfzig!’”

Cohen zag in gebeurtenissen als de Dreyfus-affaire barensweeën van de masjieach. Zo beschouwde Jacob Israël de Haan het oorlogsgebeuren 1914-1918.

‘Ziet: van de Teekens van God bloeit de Tijd Zóó vol als de avondhemel van de sterren.’

Bij pag. 272

Vreemd de kennelijke fout: Bar Tenoera. Hier wordt bedoeld Obadja di Bertinoro (Bartinoro), de populaire misjnacommentator, afkomstig uit het Italiaanse Bertinoro, abusievelijk door de dichter herdoopt als Bar ( = zoon van) Tenoera (in de wandeling spreken Joden over Bartenoere).

Dat Amarcaliem op ‘een mooie plaats’ (nl. Numeri 3:22) voorkomt, moet zeker worden verklaard met een toespeling op Jacob Israëls Levieten-afstamming ‘En de vorst van de vorsten van Levie...’ door Onkelos vertaald als: ‘En de Amarcalie, die was aangesteld over de Levietische vorsten...’ Bartenoere’s associatie aan Emir is de dichter dierbaar.

Dat de ‘Amarcalie’ over alles te zeggen had berust op volksetymologie (Amar Kol), vgl. Talmoed Tractaat Horajot 13a. Een andere fantasie leidt via ‘Mar Lakol’ tot: heer over allen. Vgl. J. Levy, Wörterbuch über die Talmudim und Midra-schim, Berlin-Wien 1924 s.v. Amarcal.

Scherp geanalyseerd levert dit feuilleton-fragment een beknopte auto-

378

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.