De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



2. EPILOOG

Enkele weken na de moord werden voor wijlen Mr. Jacob Israël de Haan nog twee brieven ontvangen op het postkantoortje aan de Jaffastraat. Eén van zijn vrouw; een andere, geschreven op 23 juni 1924, van zijn broeder.

Amsterdam, 13 Juni '24.

Lieve Joop,

Dat is weer een afschuwelijk misverstand. Ik dacht dat je godsdienstig gevoel den laatsten tijd wat verminderd was en je daarom eenige malen aan mij schreef naar Jeruzalem te komen, zonder erbij te vermelden, dat ik eerst Joodsch moest worden. Daarom was de godsdienstmoeilijkheid in mijn gedachte en gevoel wat op den achtergrond geraakt. Maar lieve Joop, verplaats je toch eens even in mijn leven en voelen. Ik ben totaal anders aangelegd als jij; in mijn heele leven ben ik godsdienstig, politiek hetzelfde gebleven; ik ben niet godsdienstig opgevoed, sta er totaal vreemd tegenover. Jij daarentegen hebt steeds gewisseld; ik had ook gedacht, dat deze phase in je leven gauwer voorbij zou gaan, dat je weer meer naar links zou gaan voelen, ik bedoel gewoon joodsch, niet zoo orthodox. Hoe kan je je voorstellen, dat ik de woorden over mijn lippen zou kunnen krijgen, die een absolute leugen zouden zijn. Ken je me dan zoo weinig, Joop, ik ben zoo’n nuchter mensch, en religieus gevoel heb ik helaas niet. Zoo absoluut liegen, ik ben er niet toe in staat. Voor jou is het heel anders, is het alleen een quaestie van meer of minder. Jaren lang heb je geleefd zonder dat de godsdienst op den voorgrond stond en je was er zeker niet minder om. Met Meijer en Lientje is het een heel ander geval; bij Meijer was het ook een meer of minder, het was ook de godsdienst, waarmee hij opgevoed is. Ik heb nooit kunnen begrijpen, dat een onderbewust gevoel je niet tegengehouden heeft tot die orthodoxie over te gaan, evenals bij Meijer het tegenovergestelde. Je wist, dat je daarmee mij verliezen zou. En ik heb altijd nog hoop, dat je van die orthodoxe godsdienst af zal gaan, voor het te laat is. Voor mij, want ik geloof niet aan een bestaan na dit leven op aarde, ik weet het niet maar ik kan het niet gelooven. En oud worden zal ik zeker niet. Moet ik die laatste jaren dan maar eenzaam doorleven? Met Pinksteren: iedereen maakte plannen met elkaar uit te gaan of gezellige avonden thuis;

337

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.