Telde, letterlijk!
Gedateerd 25 mei 1923 verscheen in het Handelsblad onder de titel 25 het volgende feuilleton:
I
Hoe onnoozel is de vijf-en-twintigste, als men den vier-en-twintigsten niet vermoord is. Aan den Brief heeft het overigens niet gelegen! Want die was zóó: ‘De Haan! Bij dezen deel ik u mede, dat gij, indien gij ons Land niet vóór den vier-en-twintigsten van deze maand verlaat, zult worden doodgeschoten als een gemeene hond. Vergeefsch zullen al uw pogingen zijn, den schrijver van dezen brief te ontdekken. Vergeefsch zullen ook al uw pogingen zijn, u tegen ons te beschermen. Al zoudt gij omgeven zijn door politieagenten en rechercheurs, dan nog zullen wij u treffen, ten einde het Heilige Gebod te vervullen: “En Gij zult het kwade uit uw midden wegruimen.”
Dus denk er aan en vergeet het niet: vóór den vier-en-twintigsten.
Onthoud uw Dag!
De Zwarte Hand.’
En deze verstandige en welwillende brief natuurlijk geschreven in het He-breeuwsch, de Taal van onze Nationale Wedergeboorte. Geen taalfouten en een stijl, waarvan ik de schoonheid natuurlijk niet wedergeven kan in het Hollandsch, dat niet wedergeboren is. En de enveloppe een ambtelijke enveloppe, met de mooie, groote woorden:
‘On His Majesty’s Service’.
Allah is groot.
II
Wat zal men in zóó nijpende omstandigheden beter doen dan den brief ter hand stellen aan onzen geheimen Joodschen politie-agent, die trouwens te dik is om geheim te blijven. Iedereen kent hem en de wedergeboren spotters zeggen, dat hij alles ziet, behalve zijn hoofd en zijne voeten. Een ern-stig geval. Natuurlijk moet men zich door zóó dwaze brieven niet bang
303