De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Gij vindt het wellicht niet veel, dit onderhoud! Maar ik vraag u: is het zoo weinig, de peinzende oogen gezien te hebben van den Man, die eenmaal een der machtigen was! En die meespeelde in het groote verloren spel van Juli-Augustus 1914? Sic transit: Rusland... Kouban... Siberië... Omsk. Men zal beraadslagen over Rusland, zonder Rusland.

Misschien zal de gezant Maklakof morgen iets meer zeggen.

Misschien - of wel zeker - ook niet! Wat doet het ertoe! We zijn in zijn diplomatieke fratsen maar matig geïnteresseerd; ons boeit hoogstens de wonderlijke levensstijl van Jacob Israël juist nu. Wij beleven met hem opnieuw de jeugddromen van weleer. Na Londen en Parijs bezoekt hij thans Rome, de eeuwige stad, waar hij poëtische kransen zal leggen bij de Triomfboog van Titus. Vergeten motieven uit zijn vroegste gedichten drijven naar boven. Het Spel van Verwoest Jeruzalem, waarin Albert Verwey het wordende Joodse dichterschap had herkend.

Wij gaan naar den Triumfboog van Titus. Er is een Joodsche legende: toen een van de Joodsche koningen misdreven had, daalde de Engel Gabriël op de aarde neder met een stok. Hij stak den stok in den Tiber. Daaromheen groeide een eilandje en daarop werd Rome gebouwd. Acht eeuwen later werd Jerusalem door de Romeinen verwoest. Zeg nu eens: acht eeuwen. Dat is een seconde van de Eeuwigheid. De Tijd is niets. Een menschelijk bedenksel. Dit alles is gisteren gebeurd. De Via Sacra. De Triumfboog. Wij gaan niet gaarne naar den Triumfboog van Titus. Maar nu ik, de Dichter van het Joodsche Lied, als overwinnaar naar Jerusalem terugkeer, eerste van vele duizenden, nu zal ik naar den Triumfboog gaan. En over de eeuwen heen, lacht mijn ziel Titus uit. Titus, Titus: door twintig eeuwen heen hebben wij zijn naam als een scheldnaam bewaard. Wij zeiden het tegen elkander, heel ernstig en heel woedend, toen wij kleine Joodsche jongens waren: Titus, Titus. Dat was het ergste. Hij is opgeknapt, de Triumfboog van den Man, die onze Stad heeft verwoest. Maar het beeldhouwwerk is gebleven. Een tooneel: Titus in zijn zegewagen. Een tweede tooneel: trium-fators, bloemenbanden in het haar, dragen de geroofde tempelschatten. De groote kandelaar is duidelijk. Het beeldhouwwerk is prachtig bewaard. Een van de gezichten is nog volkomen duidelijk. Teeder en wreed. Een fantasie dit tooneel, de tempelschatten zijn nooit te Rome aangekomen, want in storm op zee vergaan. Neen, mijn ziel verzadigt zich niet van haat en wraak en hoon. Wat is er van al de dagen en daden van Titus overgebleven, terwijl wij naar Jerusalem teruggaan?

231

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.