dwong mij uit P. weg te gaan. Publicatie daarvan zou wel belangwekkend zijn maar ’t gaat niet. Djounkorsky is wellicht te winnen. Zij weten, dat ik die relaties heb in Engeland en in Rumenië. Koningin Alexandra heeft tweemaal aan de Keizerin-Weduwe van Rusland geschreven. Ze zouden het niet prettig vinden als ik allerlei geschriften over de mishandelingen aan koningin Alexandra zond. Als ik niets had geschreven dan kwam Georges los, zoo zeker als tweemaal twee vier is. Maar nu blijft hij vast. Hélène Vacaresco, die koningin Alexandra goed kent en mij bij haar heeft aanbevolen heeft nog goeden moed. Ik niet, tenzij de Generaal D. om een of andere reden de Keizerin-Weduwe te vriend moet houden. Maar dat is voor zoover ik weet het geval niet. D. is oppermachtig. Misschien ga ik binnen het jaar weder naar Rusland.
Een algemeen protest tegen de misstanden in Rusland vraagt nu zijn aandacht. Maar het is duidelijk, dat het nu niet meer alleen - en eigenlijk helemaal niet meer - gaat om Jacob Israël de Haan.
Aan Albert Verwey schrijft hij (14—6—’ij):
Aan den anderen kant is het duidelijk, dat ik mijn vrijheid van critiek en beweging kwijt ben. Ik bemerk dat al: mevrouw Roland Holst schreef mij om medewerking in eene agitatie tegen de Russische gevangenis-admini-stratie. De beweging is internationaal. Liebknecht vroeg het Mevr. Holst. Maar ik kan nu politiek niet meedoen. Mevr. Holst wil met eenige anderen een oproep plaatsen in de bladen om te teekenen op een protestlijst. Ze vroeg mij die oproep mede te teekenen, maar ik kan niet. Nu zou ik u willen vragen of u het wilt doen en of u De Vooys en Prof. De Boer desnoods wilt opwekken hetzelfde te doen. Mevr. Holst wil gaarne niet alleen kunstenaars hebben of socialisten. Van Eeden doet mee. Hij geeft toe, dat ik nu niet kan. Het spijt mij. Maar ik reken wel op u.
Maar zijn activiteit blijft niet minder geconcentreerd! Aan Van Eeden (9-8-1913):
Heb je nog handteekeningen? Ik kan geen brieven meer schrijven, want ik heb geen circulaires meer. Heb jij nog? Die H. R. H. v.d. Schalk is zeker nog in Zwitserland. Ik heb weer drie vogels in de knip. 1) Mr. J. A. Levy, 2) Prof. Mr. W. L. P. A. Molengraaff, 3) en dat is een mooie zwarte rasvogel, Dr. Bronsveld, de vrij-Christelijk-Historische predikant uit Utrecht. Laat je niet ontmoedigen. Ik schrijf nog honderd brieven. Volhouden.
En 12-8-1913:
138