nuari 1910 in de gevangenis te Schlüsselbourg zich vier, zegge vier, zieken in het hospitaal bevonden, waarvan niemand met scorbut, tuberculose of zenuwziekte!
Het is goed, dat de waarheid gezegd wordt, niet eenmaal maar tallooze malen. Misschien wordt het geweten van het Engelsche volk en van het Fransche volk wakker, en zullen deze volken van hunne regeering eischen, dat de Russische Regeering geplaatst wordt voor deze keus: öf verbreking van alle staatskundige betrekkingen, öf geleidelijke liberale ontwikkeling van de binnenlandsche toestanden.
De toon verraadt zijn ambities, die in dit stadium reeds niet gering schijnen. Hij wil een rol spelen in internationale verhoudingen. Naast zijn sociale bewogenheid komt zijn eerzucht om de hoek kijken. Hij had altijd grote dingen gewild. Zijn sterkste herinnering aan Zaandam was op bepaalde momenten in zijn leven niet het huisje aan de sloot geweest, maar de Oosterse Koning van Meden en Perzen, die zijn intocht hield met rijtuigen en losse ruiters, hoog over de dijk te Zaandam...
Nu was het zover. Nu lunchte hij in Petersburg met de voorname Dillon:
Hospiz 24-7 1912
des Evangelischen Vereins
St. Petersburg
Wassili Ostrow, 10 Linie 152
Beste Van Eeden, ik kan je niet zeggen van hoeveel nut je brief aan Dr. Dillon is geweest. Want niemand van de anderen voor wien ik een brief had was in St. Petersburg. Dillon is anders in den zomer ook nooit hier. Maar nu was hij er voor politieke zaken, waarnaar ik niet vroeg. Hij hielp mij prachtig. Wij lunchten samen. Hij woont in een mooi huis in een mooie straat. Een heel goed menu: visch, kip, salade, ijs, koffie. Maar ik had van allerlei te vragen. Hij vroeg naar jou. Ik zei: ‘Wij komen samen in St. Petersburg.’ Hij maakte er ernst van. Ze willen je hier in de Hollandsche kolonie ook graag eens hooren lezen. Als het eens kon, zou ’t prettig zijn. Hans en haar collega Van Resteren gaan vandaag naar Moskou. Ik blijf nog hier voor die gevangenissen. Dillon was in Finland. Hij kwam eerst heden terug. Zonder hem had ik niets kunnen doen. Ben dus blij, dat ik wachtte. Ik heb al in geen 14 dagen kranten gelezen. Schrijf eens een kaart: Poste Restante Riga. Die krijg ik nog wel, als je ’t gauw doet. Ik houd niet van Rusland. Vanmorgen gaf een moeder een kleinen jongen de borst op het graf van den Czaar Alex. III in Peters en Pauls... Dat was ontroerend en ik dacht:
IJ4