Overdag is ’t zoo: ’s avonds steken ze dan over en dan is ’t zoo als in figuur twee staat: en ’s morgens ruilen ze dan weer terug. Nou bij dat stel van vier is nu V.B. met m’n zuster. Je snapt daar wordt weer over ge... Troelstra moest zich er ook weer in bemoeien: die zei dat ’n goed partijgenoot liep niet van z’n vrouw af. Dat dee-je niet, je hadt genoeg aan je partij. Onder-tusschen hoor ik dat V.D. Goes ook van z’n vrouw wil scheiden. Nou wor ik natuurlijk uitgespeeld door m’n zuster als een, die ze niet met de nek aanziet. Maar ik neem dat heele zaakje niet au serieux. ’t Is zoover ik weet de zooveelste. ’N heele keet. Cornelie Huygens heeft zich verdronken omdat haar man tijdens haar engagementstijd en haar huwelijk gedurig in intieme verstandhouding bleef met z’n eerste vrouw.
Frederik van Eeden zou dit alles - en ook hem - beter begrijpen dan wie ook. Stond ook hij niet buiten de beweging, die hem, de ‘pionier van Bus-sum’, bij geschrifte van de begaafde P. Wiedijk onsterfelijk belachelijk had gemaakt. Sprak Heijermans niet van de ‘idioot’?
Hartman een hoofd eener school hier en een vriendelijke kennis, heeft een jaargang of een deel daarvan van Den Nieuwen Tijd, dat aan Heyermans heeft behoord. En er zijn kanttekeningen in, denkelijk ook van H. en een daarvan is: ‘Net iets voor den idioot Van Eeden’. Of iets dergelijks. Maar zeker stond er ‘de idioot van Eeden’. Hoe vin-je dat? Ik geloof, dat Heijermans bang is voor je kalme werken, en dat-i je volk niet aankan. En daarom zulke dingen moet doen. Maar je moogt er wel mee te doen hebben.
De Haan steunt Van Eeden als diens teleurstellingen bij de socialisten tot ‘Schadenfreude’ leiden.
Amsterdam, 27 Palestrinastraat.
Beste Van Eeden, ik heb deze dagen zeer veel aan je gedacht, en ik had je wel eerder willen schrijven. Het spijt mij zoo zeer, dat de Eendracht niet goed is gegaan. Er worden vele verwarde verhalen gedaan, maar daaruit staat vast, dat je veel geld verloren hebt. Dat is geen kleinigheid, want zonder geld word je maar niet afhankelijk van het vuile volk dezer aarde. En hoe! Ik hoorde er twee kooplieden in den trein over. Ook in de kringen van de S.D.A.P. spreekt men er veel over. Sommigen hebben er leedvermaak van. Gelukkig zegt niemand minderwaardige dingen van je, zelfs de vijanden niet. Mij grieft dit alles diep. Ik wilde, dat het je altijd goed zou gaan. Het is ontzettend, dat je de menschen nog zoo genegen bent. Geene
128