In Januari 1905 begon Albert Verwey de uitgave van het Maandschrift 'De Beweging’. En in zijne Inleiding schreef hij dit: ‘Wat stoffelijk en geestelijk, de volken beleven, beleven het sterkst in den geest hun dichters.’
De Dichters. Dit zijn de dagen van scheiding, die ik thans beleef. En moeilijk valt mij het heengaan van de Dichters, ouderen en jongeren, met wie ik zooveel jaren in liefde en vrede heb samengeleefd. Zeker, ik hoop nog wel eens in Holland weder te komen. Maar dat zal als een gast zijn. De innige verhoudingen worden thans ontbonden. En ik overdenk, wat mijn leven als Dichter van Holland is geweest. En ik spreek daar nu niet over, om de aandacht te vestigen op mij zelven en op mijn werk. Maar het bijzondere is altijd het bijzondere van het algemeene. En wat ik genoten heb en geleden en gedaan, dat is een bijzondere, persoonlijke vorm, van wat een Joodsche jongen van mijn aard en aanleg, in mijn land en in mijnen tijd kon genieten, lijden en doen. In den kleinen waterdroppel spiegelt zich heel de wijdheid van Gods heiligen hemel. Zóó spiegelt zich in mijne gedichten de wijdte van mijnen tijd. Denkt niet, wanneer ik schrijf over mij zelven, dat ik alleen over mij zelven schrijf. Neen; dan schrijf ik over anderen, en over anderen het meest.
Ik heb u zooeven eenen volzin van Albert Verwey aangehaald, uit de eerste aflevering van ‘De Beweging’. Er is geen tijdschrift, dat ik beter ken dan dat. Lange, stille winteravonden en zalige zomerdagen heb ik daarin lezend versleten. Ik zal blijven medewerken. Maar uit de verte. En de gemeenschap, die wij allen heilig hielden, wordt verbroken. Nu besef ik eerst goed, welke beteekenis Verwey in De Beweging heeft gehad. Ik zie dat zóó, dat Albert Verwey de nieuwere Nederlandsche dichtkunst voor verwildering heeft bewaard. Verwey heeft ons de tucht geleerd en de trouw. Wij hebben begrepen, dat zwijgen geen schande en geen zwakte beduidt. Maar dat het schande en zwakte is, wanneer men middelmatige gedichten publiceert. Wat ‘De Beweging’ voor de jongere dichters heeft betekend, kan ook weer niet in logische, wetenschappelijke woorden worden gezegd. Maar zij, die deze gemeenschap mede hebben genoten, kennen die Beteekenis en erkennen haar. De Beweging is het tijdschrift van de Dichters geweest en Albert Verwey was de Dichter van het Dichterschap. In andere tijdschriften heb-
103