Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen tezamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de Heere Sion wederbrengen zal.
Maakt een geschal, juicht tezamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem, want de Heere heeft zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.”
Dit ontzaglijke moment, dat tot het gevoel van ieder onzer zal blijven spreken, diene ons tot caesuur bij uitnemendheid in een boek over 150 jaren Joodse geschiedenis, dat wil demonstreren dat noch de gebeurtenissen gedurende de Tweede Wereldoorlog, noch de stichting van de Staat Israël coïncidenties zouden zijn. Alle vroege en latere theorieën ten spijt kan immers worden gesteld dat de stichting van Israël met één pennestreek de ide-len van het politieke zionisme van Theodor Herzl had voltooid. De poorten van het land gingen wagenwijd open. Het woord was aan de ballingen in al de hoeken der verstrooiing. Kwamen ze?
Hier is het zaak erop te wijzen dat sedert 1948 het aspect der Alija grondig is veranderd. Kwamen er vóórdien, van elke honderd, tachtig procent uit Europa en ongeveer tien procent of iets meer uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, na de stichting van de staat was het de Oriënt die meer dan de helft der immigranten zou leveren! Wat moest men na de stroom der eerste jaren nog verder uit ons werelddeel verwachten? Rusland bleef hermetisch gesloten! Over de toekomst van dit reeds lang geïsoleerde Jodendom, dat bovendien nog altijd te lijden heeft onder een scherp Joods vraagstuk, kan men slechts somber zijn gestemd.
Uit de Oriënt kwamen de tallozen, die in de Arabische landen niet meer konden blijven. Daarvandaan kwam Joods potentieel, dat in de toekomst van grote waarde kan zijn voor de Joodse staat. Voor het moment roept een te geprononceerd Oriëntaalse toevloed echter nieuwe vraagstukken in het leven, waarvan wij slechts de tendens naar het levantisme noemen. Toch heeft juist dit Oriëntaalse aspect ook grandioze facetten laten zien. Zo sprak de operatie “Vliegend Tapijt” tot de verbeelding van heel de wereld. Toen de Jemenieten, een der oudste gemeenschappen der diaspora, van Israël hadden gehoord, gingen in de letterlijke zin de Bijbelwoorden tot hen spreken uit Exodus 19:4:
“Gijlieden hebt gezien wat Ik den Egyptenaren gedaan heb, hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb.”
Wat bleef er voor de Israëlische regering (de reis per schip was niet mogelijk) anders over dan het zenden van viermotorige vliegtuigen om hen allen — 40.000 in totaal — door de lucht te voeren naar het Beloofde Land?
Het voltrok zich niet allemaal zo poëtisch. De gedwongen terugkeer van Oriëntaalse Joden uit hun keiharde galoet roept ons maar al te vaak de
158