12. ISRAËL
Dat deed Hitler met alle Joden, die hij op zijn weg ontmoette, en dat waren er niet weinig. Want zijn macht breidde zich gedurig uit en zijn “uitgestrekte arm” reikte naar het Midden-Oosten, waar de klassieke Duitse politiek op een stuk verleden kon bogen. En met het constateren van dit laatste feit bevinden wij ons in Wereldoorlog II, toen Engeland in Syrië en Perzië moest optrekken voor geallieerde belangen op het moment dat een Duits-Italiaanse strijdmacht zijn positie in Egypte bedreigde. Reeds midden 1940 waren de Italianen begonnen de Britten op verschillende fronten te verontrusten. Dit duurde niet zo erg lang, want Abessynië en de overige Italiaanse bezittingen in N.O.-Afrika werden hun ontnomen. Ook in Libië hadden zij een aanval ingezet en waren daarbij doorgedrongen tot op Egyptisch gebied, doch na enige maanden werden zij weer eruit geworpen en zelfs teruggedrongen tot El Argheila.
Hitler besloot toen te hulp te komen en zond het voor de woestijnoorlog opgeleide Duitse Afrikakorps. Het opperbevel over de gezamenlijke strijdmacht kwam in handen van de Duitse generaal (later maarschalk) Rommel, die in de daaropvolgende woestijnoorlog in een heen en weer gaande strijd de Britten herhaaldelijk in grote moeilijkheden heeft gebracht. Toen de Duitsers uit Rusland in de Kaukasus doordrongen, stond Rommel diep in Egypte, bedreigde reeds Alexandrië en zelfs het Suez-kanaal. Doch evenals in Rusland keerde ook hier de kans. Bij El Alamein werd Rommel door een geheel nieuw uitgerust Engels 8e leger onder generaal (later maarschalk) Montgomery verslagen. Rommel trok met de rest van zijn troepen snel terug in de richting van Tunesië, omdat de inmiddels in Noord-Afrika gelande Geallieerden hem ook in de rug begonnen te bedreigen.
Te Casablanca, Oran en Algiers waren sterke geallieerde troepen aan land gezet (operatie “Torch”, d.i. fakkel der overwinning) met het doel de As-mogendheden uit Afrika te verdrijven in samenwerking met het uit Egypte opdringende Engelse 8e leger. De Frans-Afrikaanse strijdkrachten verzetten zich eerst tegen de landingen, doch sloten zich spoedig geheel bij de Geallieerden aan. Gezamenlijk werd naar Tunesië opgerukt, waar de eindstrijd tegen de as-troepen werd gevoerd. Op 13 mei ’43 werden de astroepen, die niet meer over zee hadden kunnen ontkomen, krijgsgevangen gemaakt.
Bij El Alamein concentreren wij ons weer op het Joodse Palestina, dat
149