Van Israelieten tot Israeliers

Titel
Van Israelieten tot Israeliers

Jaar
1965

Overig
Anderhalve eeuw Joodse geschiedenis 1815-1965

Pagina's
187



men zich er niet gaarne rekenschap van geeft, heeft het de Joden juist buiten Duitsland dieper geschokt dan al het uiterlijke geweld, dat hoe dan ook smartelijke psychische verborgenheden, die men onzichtbaar dacht en daarom verdwenen waande, in het meedogenloze licht der allerpubliekste belangstelling zijn komen te liggen. Want de Joden voelen, dat dit elk hunner persoonlijk aangaat; dat daar iets openbaar is geworden dat op enigerlei wijze ook in hen verborgen ligt; dat daar vragen aan de orde zijn gesteld, waarop ook zij en voor zichzelf een antwoord behoorden te geven. Het is waar, dat zij van dit gevoel liever geen notitie willen nemen; zij horen de vragen, maar willen er bij voorkeur geen antwoord op geven. Dat komt niet alleen, omdat zij een pijnlijk antwoord vrezen; het komt ook, omdat zij zelden weten hoe het precies zou moeten luiden. En toch zijn dit de Joodse vragen van de dag, ook hier, in Nederland.”

Pijnlijk moet Bernsteins ervaring zijn geweest, dat zijn glasheldere, maar altijd vlijmscherpe analyses (waarin ook het vraagstuk der dubbele loyaliteit werd betrokken!) zelfs zionisten onaangenaam in de oren klonken. Ook de evolutie van de nationaal-Joodse gedachte vertoonde omstreeks 1937 in Nederland immers een tendens naar vervlakking. Voorzichtig zijn - “geen risjes (= antisemitisme) maken...”, alsof het antisemitisme als verschijnsel te maken zou hebben met de houding der Joden!

Wat dan te zeggen van de overgrote meerderheid, die voortvegeteerde zonder enige notie van het beklemmende gebeuren, waarvan zij straks het afschuwelijke object gingen worden. Die met sjoelfeesten en Oranjehuldes — en met niets anders — voortgingen tot na de pogroms achter Zevenaar.

“Nu heeft de Hemel zich ontsloten, Met lentegeur en bloemenpracht,

En spreidt de driekleur nieuwen luister, Waarin d’Oranjezonne lacht.

Nu galmen bronzen klokkenklanken, Gedreven door onzichtb’re hand,

Den naam, die onze harten kluistert, In zoeten, onverbreekb’ren band ”

Aldus de tekst van Ruth Sarphati; de muziek was van Isr. J. Olman.

Wie straks de moed zal tonen een openhartige Joodse tegenhanger samen te stellen van Michel van der Plas’ Uit het rijke Roomse Leven en Ben van Kaams Parade der Mannenbroeders, zal binnen afzienbare tijd gereed zijn met een journalistiek even leesbare als spiritueel onverteerbare bloemle


126

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.