velen. Ook door die Portugese vrouw van wie de anecdote vertelt, dat ze „als maar” riep: „Wat een ois, wat een ois”. En al roepende in het water viel
Sinds 1941 waren er de hoofdkantoren van de Joodse Raad van Amsterdam. En stonden hier —- vooral in de zomermaanden van 1942 — de honderden ongelukkigen. In rijen die zich tot ver in de Weesperstraat uitstrekten. In de dagen van ster en „sperr”.
Hachnosas Ourechiem
Dichter bij de gracht — waar weet ifek niet precies — woonde R. Akiba Lehren. De jongste der beroemde broeders.
Nog steeds staan we op de brug. In de Weesperstraat aan onze linkerhand:
De Catharina Jozef Fedder-Stichting
„Ouhel Jitschok”, zo als wij zeiden De tent van Izak Jozef Fed-der, door wiens beschikking in 1893 een stichting in het leven werd geroepen. Ter ere van zijn nagedachtenis, en die zijner echtgenote Catharina Mozes de Groot. Hij wilde mannen uit de gegoede stand, op oudere leeftijd een onbezorgde oude dag verschaffen.
Als minimum waren er 10 personen. Kleine Joodse mannetjes, die hier een rustig leven leidden. Even naar binnen. Door hel fraaie trappenhuis. De trap op. Naar de sjoel. Waar het zo knus kon zijn. En waar een merkwaardig genre publiek verscheen. Om te oren en te roddelen.
144