Wij gaan verder. De Kerklaan uit. De hoek om. Naar de Muidergracht.
Op No. 29 woonde jaren lang Louis Davids. Vele genera' ties Seminaristen voedde hij op in liefde voor de oude geschriften. Hij had een merkwaardig-oorspronkelijk vocabularium. Als hij in enthousiasme geraakte, placht hij steeds met vragende ogen zijn Talmiediem aan te staren. Reageerde men „Mooi, meneer Davids”
-— dan viel hij in: „Mooi meneer? Alles is mooi”. En dat geschiedde vele malen.
Onbegrijpelijk hoe deze man — geplaagd door ontzaggelijke pijnen — met geestdrift kon blijven „leren”. Bewonderenswaardig de opoffering van een echte Jood, wiens lijfspreuk was: „Als je hoofdpijn hebt, houd je bezig met de Thora: Chosj berosjo —■ ja’ase bathora.”
Nog zie ik hem staan. Sjabbathmiddag. Bij Duits op de Amstel. Waar de „Sjabbathmiddagchewre” werd gehouden. Slecht ter been kostte de wandeling hem veel tijd en pijn. Stond hij dan tenslotte voor de hoge trap, dan zuchtte hij diep. En zijn grove, hortenlde stem prevelde geestig: „Sjier hamangalous.... trappenlied. Van waar zal mijn hulp komen”.1)
Van de „chewre van Duits” is weinig overgebleven. Louis Davids ging — oud en der dagen zat — naar Auschwitz. Lekiddoesj hasjeem.
Even verder.
Bedek ha Bajis
Uit het minjan van I. Furst, dat eertijds op de Nieuwe Keizersgracht gehouden werd, ontstond het latere „Mon-tefiore-sjoeltje” met zijn „nette” baalbattiem. Jus Aa deelde er laatstelijk de lakens uit. In de zomermaanden kwam Opperrabbijn Maarsen hier dikwijls. Met zijn populaire vader „Wolly”. Diamantair en Moré honoris causa. Gazzen en Hehraist. Voorzitter der Misjnajes-chewre, Tif’eres Bachoeriem, wier geleerde rebbe S. Hammelburg eveneens in de Plantage (Doklaan) woonde.
„Wollie” Maarsen genoot een onmiskenbare populariteit. Ik heb hem nog een enkele maal als gazzen gehoord in de grote Sjoel. Voor het Omed staande, steunde hij graag op zijp linkerarm. Hij was een echte „Baal T’fila”.
Toen Nachoem Sokolov eens iets naders wilde weten van de Amsterdamse diamantbewerkers, bracht hij, naar men mij vertelde, een avond door in zijn woning, aan het Hortusplantsoen. Sindsdien verkeerde hij in de veronderstelling, dat het Joods-culturele niveau van het Amsterdam der twintigste eeuw nogal bemoedigend was....
141
1
) Woordspeling op psalm 121, 1 en 2.