Marken. De ene kant is reeds geheel gesloopt
Een enkele doet denken aan de naam van vroegere bewoners. Zo op Uilenburg: Parsersgang.
In de Houttuinen spande de beruchte „Wijde gang” de kroon. u) De diepe verarming der 18e en 19e eeuw vond hier in harde cijfers haar weerspiegeling. Wijlen wethouder „Monnetje” de Miranda — zij ook de naam van deze, wreed vermoorde, Jood in dit verband tot aandenken genoemd — vermeldt in zijn boekje over Amsterdam een rapport uit 1804, waarin van een aantal van 2534 Portugese Joden, 1750 als bedeelden worden genoemd. Dat is 70 pCt. Bij de Asjkenaziem bedroeg dit in hetzelfde jaar 90 pCt. Een aantal van 17.850!! 12)
„La Première chose qui s’offre d’ elle même au jeux de celui veut connaître l’état des Israélites est l’extrême pauvreté” — aldus de zin, waarmede Jonas Daniël Meijer zijn rapport aan Lodewijk Napoleon in 1807 begint.
Groot is de afstand tussen Sjloume Duikelaar en Mozes de Cha-ves! Iets wordt duidelijk van een felle tegenstelling, die aan het eind der vorige eeuw haar ontlading moest vinden. Er is een anecdote en hier is de plaats haar te vermelden. De oude Joden pasten op de Jodenhoek gaarne het woord toe van den aartsvader Jacob, neergelegd in diens verwensing van Simon en Levie: „Vervloekt is hun toorn”. (Genesis 49-7).
122