Marken tijdens de sanering
spronkelijk waren hier de scheepswerven. En toen deze werden verplaatst naar Kattenburg, werd de buurt door de overheid bestemd voor de woningen der armen. Er kwam een lange smalle straat, met aan beide kanten tussen de huisjes telkens weer een „steeg” of „gang”.
„Deze gangen, die dikwijls zo smal waren, dat twee mensen ternauwernood naast elkaar konden lopen, waren volgebouwd met de meest schilderachtige bouwsels, van boven tot onder verdeeld in krotjes en kamertjes, die voor enige stuivers per week werden verhuurd. Hier huisden op blinde achterkamers, in kelders drijvende in het grondwater, op schavotjes en insteekkamertjes en onder de de hanebalken, honderden grote en kleine gezinnen: duizenden mensen”.10)
Vaz Dias, aan wiens onderzoekingen ik dit citaat ontleen, noemt — volgens een plattegrond van wijk 15 uit 1773 — op Marken alleen 46 gangen of sloppen, waarvan 44 een naam droegen en dus bewoond waren.
Gangen en Sloppen
De namen zijn vaak weinig-zeggend. Bezemsgang, Hammetjes-gang (sic!), Kanjersgang, Liefdegang, Donkeregang, Zonnehof je....
10) Vaz Dias in Tijdschrift v. Geschiedenis, 51ste Jaargang.
120