verloopen jaren en dominees. Ook meubels waren daar. En er was porcelein, en glaswerk, en aardewerk, en keukengereedschap. ... . ia, wat was er niet! En dat alles was kreupel, gelijmd, gekramd, onsmakelijk, onvolledig, schijnbaar tot niets dienstig en voor niemand te gebruiken, wat toch ’t geval niet kan geweest zyn, want dat volkje leefde van den handel in die prullen.
Dit is alles voorbij. Vermoord zijn zij uit het stadsbeeld. Onze venters. Onze Jodenhoek. En de sfeer van deze buurt — zelfs van heel deze stad — namen zij met zich in het vreselijkste aller graven.
Sjaletpotten
Een halve eeuw geleden nog kon men hier op Zondagochtend de optochten der „Sjaletpotten” aanschouwen. Stenen potten, die Vrijdagmiddag werden gevuld met soep, koegel, vlees en aardappelen. Alles in verdiepingen gescheiden door borden — met deeg aan de rand der pot vastgemaakt.
Die werden dan naar de niet-Joodse kosjere bakker gebracht, die ze in zijn oven plaatste. Sjabbath-ochtend werden ze te voorschijn gehaald. Zes tot acht, aan een lange stok opgehangen, door twee knechten thuis bezorgd.
Daar werden ze — gewoonlijk in bed ■— warm gehouden tot etenstijd. Het was altijd onzeker hoe de spijzen zouden uitvallen. Evenzeer, of men wel de eigen „got” terugkreeg. Vandaar het Joodse gezegde, omtrent een onzekere afloop: ,,’t Is sjalet gezet”.
Aan andere versnaperingen worden wij herinnerd. Joodse folklore uit die goede oude tijd. De winter met zijn „zooger” erwten, in de vermaarde „brie”. Dan „sjijne reetisch”. Tegen Pesach: „garouses en lattie”. „Kasjtengen” en mispels. De „sjegejoone-bieten”. Al die spijzen van de tafel der Joden, die nu voorgoed werd verlaten. Wij zwijgen allen. „Ingestald” hoor ik een venter mompelen.
Bij het badhuis, op de hoek van de Houtkopersburgwal, maak ik U terloops opmerkzaam op enige gevelstenen, daar ingemetseld, en dan naar de rechterkant: de
Uilenburgerstraatsjoel
Op 2 September 1724 werd door „Hagnosas Kallo” een sjoel ingewijd 1), staande op het Kokshofje aan de Uilenburgerstraat. Na de stichting van de Neie Sjoel in 1730 deden de Parnassiem dit college een proces aan, op grond van de overweging, dat het
118
1
) Sluys: Iets u. d. Gesch. d. Uilenburger Synagoge, z. j.