wonderd kijken, als de beide jonge Joden, die door het Middelburg van 1947 wandelend, de „Jodengang” ontdekten, met de begraafplaats der oude Marranen.
Ook vanavond nemen wij afscheid. Het bewustzijn van liefde voor deze plek diep in ons gepijnigd hart. Geschokte en geschonden minnaars als wij zijn. Doch minnaars — ondanks alles — van deze stad der zeven torens.
Op Israëls weg naar Jeroesjalajim — geplaveid met herinneringen aan al wat wij de landen der vreemdelingen hebben gebracht — staat, in de mozaiek der onvergeten steden, met gulden letters: Amsterdam, Amsterdam.
112