gesteld, om van hem alleen betaald te worden”.
En dat is nog maar het begin van het conflict. Want op 15 Maart is er een verlengstuk, Daniël heeft een kelder gehuurd „staende op de Breestraet onder ’t huys van Rembrandt van Rhyn”. Maar hij kan haar niet gebruiken door het gestommel van de metselaars en de timmerlieden. En hij protesteert wederom via een notariële acte.
Blijkbaar wil de koopman op allerlei wijzen de schilder dwars zitten, die hem de kosten van het hout niet wenst te vergoeden.
Even wrijven wij ons de ogen uit. Rembrandt treedt uit het schoonste zelfportret — dat wij allen dit jaar op de Weense tentoonstelling bewonderden — en loopt langs zijn woning. Heftig betogend tegen een Joodse huurman over het armzalig hout, dat reeds lang is vergaan.
En de anderen
Ik doe maar een greep. Salvador Rodriges, eveneens Levant-handelaar. Manuel Lopes de Leon, vermogend koopman; David Abendana. Nog verder, achter de Esnoga op het Waterlooplein, Antonio da Costa alias Isaac Semach. In 1639 verkoopt hij een stuk van zijn tuin aan de Portugese Gemeente, ten behoeve van de vergroting der Synagoge.
De „vissteeg” anno 1948,
gezien van het Waterlooplein naar de Breestraai (foto Boris Koivadlo)