120
Dit is een van de kenmerken van de nieuwe rechtsleer.1) De verhouding tusschen „rechtsgevoel” en „recht” wordt hier gesymboliseerd door de metafoor „bron”. Het metaforisch gebruik van „bron” is bekend. Het „Woordenboek der Ned. Taal” zegt (Deel III, kol. 1519-1520): „Met betrekking tot onstoffelijke zaken: gewaarwordingen, gevoelens, gedachten, daden, toestanden, enz. Oorsprong, oorzaak, beginsel”.2) In de meeste gevallen is beter het gebruik van een dier drie woorden. Vooral van „oorzaak”. Want „beginsel” suggereert nog te veel een tijds- of plaatsgedachte.
Maar wat beteekent in dezen zin van Prof. Krabbe: „het recht”. Dit kan twee beteekenissen hebben.
Ten eerste: het verschijnsel, dat er recht is. Bijvoorbeeld: „Recht en zedelijkheid zijn sociale verschijnselen”.
Ten tweede: de positieve rechtsorde op een bepaalde plaats en in eenen bepaalden tijd. Bijvoorbeeld: „Het recht blijft niet ongewijzigd”.
Wanneer Prof. Krabbe met „het recht” het eerste bedoelt, dan is zijn Woord een waardelooze tautologie met een leelijke metafoor. Vergelijk: „het pijngevoel is
1
) Voorts: bldz. 8 „Beteekenis der moderne staatsidee”, bldz. 34 „Vervanging van het overheidsgezag door het recihtsgezag” en 109 „Principieele gevolgen der oude en der nieuwe staatsleer”.
2
) Tegen dwaas, metaforisch gebruik van ,,bron” kol. 1521—1522.